Elvis Peeters – Dinsdag

Een slecht mens
Er zijn spannender onderwerpen denkbaar dan het beschrijven van een doordeweekse dag uit het leven van een bejaarde man. Dinsdag beschrijft zo’n dag. Toch houdt dit boek me bezig. Gaandeweg de roman komen we erachter dat Peeters hierin een ongelooflijk slecht mens beschrijft.
De zwijgzame, naamloze man scharrelt rond in het Brussel van nu, achtervolgd door het Congo van toen. Nu is hij een goedmoedige man die zijn twee overleden vriendinnen, Erna en Simone, beiden tot hun eind toe liefdevol heeft verzorgd. Behalve dat de kat van Erna het waarschijnlijk niet heeft overleefd. Vergeleken met de rest van zijn daden is zijn behandeling van de kat een akkefietje.
Ondertussen is het maar een mooie bijvangst van het verschijnsel AKO-prijs dat je de genomineerden gaat lezen. In het geval van Dinsdag is dat voor mij een ontdekking geweest.

Een goed mens
Nadat de man een meisje heeft verkracht in het Streuveliaanse platteland van Vlaanderen in de jaren vijftig, wordt hij naar Congo gestuurd. Als straf. Je zou het in zijn geval ook een beloning kunnen noemen, want Congo is in die tijd al een losgeslagen bende. De jongeman weet er geen raad mee. Hij had nooit naar Congo gestuurd mogen worden. Een paar jaar lang goede gesprekken met een psychiater en een geregelde job had hem en de wereld heel wat ellende kunnen besparen. Nu moest hij er zelf achterkomen hoe je normaal met een medemens, een vrouw omgaat.

Zwijgen
Een zwijgzaam mens ook, deze oude man: “Met Simone, en daarvoor met Erna (een bijzin die Peeters met een glimlach opgeschreven zal hebben, BG), ben ik naar het Afrikaanse Museum in Tervuren geweest, om hun over mijn leven in Afrika te vertellen, zodat ze het zich konden voorstellen, de hutten, de missieposten, wat ik er deed, maar alles, echt alles wat ik er deed heb ik nooit verteld, sommige dingen zouden ze niet begrijpen, denkt hij.”
Het is maar goed dat hij dat niet verteld heeft, want ze zouden hem eruit hebben gegooid. Niemand zou hem nog hebben zien staan, ook niet het meisje van de sociale dienst dat hem, als vereenzaamde bejaarde, begeleidt.
De man heeft zich in Congo als een oorlogsmisdadiger gedragen. Een opportunist was hij, die rooft en verkracht als hij de kans krijgt en die kans krijgt hij vaak. Hij sluit zich zelfs aan bij de Simba-stam omdat “iedereen in Congo bang (was) voor de Simba’s”. Maar de echte reden van zijn zwijgen is ons wel duidelijk geworden, en ook waarom hij geen naam krijgt. Hij is een man als zovelen.

Met weinig veelzeggend
Peeters schrijft kort en bondig. Dat pakt soms magistraal uit: “Erna had pech, zij rookte minder dan ik, kanker is wispelturig”. In het heden wordt hij geobserveerd door de verteller, in het verleden spreekt hij ons in de ik-vorm aan. Dat geeft het verleden vaart en glans. Het boek krijgt door deze afgemeten stijl een authentieke toon mee. Hij beschrijft het sterven van zijn vriendinnen op dezelfde manier als de moordpartijen in Congo. De man is niet veranderd; “Een mens moet zijn plek kennen en die ligt uiteindelijk altijd onder de grond.”

Van Reybrouck kwam langs
Hoe het er aan toeging in Congo, hebben we ademloos kunnen volgen in Congo van David van Reybrouck. Maar dat de man van Dinsdag daarin ook als een soort cameo heeft gefigureerd, is verrassend. De zwijgende man vertelt dat hij, in de chaos van de onafhankelijkheid, de drukkerij leidde van de gevluchte eigenaar. Op zeker moment komt daar de Katangese leider Moïse Tshombe binnen: “We gingen een Proclamatie drukken, de onafhankelijkheidsverklaring van Katanga”. In Van Reybrouck (p.312) krijgt dit moment, 11 juli 1960, een duiding als één van de fatale beslissingen die de chaos alleen maar vergrootten. Dinsdag toont vervolgens de wederwaardigheden van één Belg tijdens deze bloedige geschiedenis. “We gingen met de hele drukkersploeg de onafhankelijkheid van Katanga vieren, met onafhankelijke meisjes.”

Monster achter vredige gevel
Ik ziet ze nu overal, mannen van tegen de tachtig die zwijgend hun boodschappen doen en die wellicht eind jaren veertig in Indië hebben gediend. Ik ben nadat ik Dinsdag heb gelezen nog benieuwder naar waarover zij zwijgen. Hoe zou ik deze man-zonder-naam aanhoren als hij wel zou spreken? Ik denk dat het me veel zou leren over hoe de mens wordt in een omgeving die wetteloos en vol gevaar is. Ik ben daar niet al te optimistisch over. Het verklaart misschien ook de zwijgzaamheid en argwaan van die mannen. Zij weten hoe broos het is, de menselijke beschaving. Zij hebben het voelen afbrokkelen bij zichzelf en om hen heen. Zij hebben het monster leren kennen dat bij mij misschien (nog) niet uit de tent gelokt is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: