HhhH – Laurent Binet

Een worsteling heeft Laurent Binet achter de rug met het schrijven van HhhH. En die worsteling spitst zich toe op één woordje dat hij per se op de  cover wilde hebben staan. Het woordje ‘roman’. Als hij het ‘een reconstructie’ had genoemd of ‘een eerbetoon’, dan was hem heel wat getob bespaard gebleven.
Deel één begint met een citaat van Osip Mandelstam, uit ‘Het einde van de roman’: En weer wordt de boom van de geschiedenis beklad door het denken van de prozaschrijver, maar het is niet aan ons de list te bedenken waarmee het dier in zijn draagbare kooi teruggelokt zou kunnen worden. Het dier zal hier betekenen de ontketende fantasie die in historische romans de geschiedenis kleurt op een manier die soms een correctie behoeft.
Deel twee krijgt een eenduidiger motto mee: Er komt alarmerend rumoer uit Praag. Uit het dagboek van Goebbels, 28 mei 1942.
Wat is dit voor boek? Is het een roman of geen roman? Wat voor personages lopen er in rond? Krijgen ze enige psychologische kleuring?
Wat zorgt voor de spanning in dit boek? Of vond je het niet spannend? Waar lag dat aan? Vergelijk dit boek met het boek dat Jonathan Littell schreef, De welwillenden. Een roman waarop Binet kritiek heeft. Het is wel grappig om te zien dat het omslag van beide romans paars is.
Binet kiest voor zijn helden, de mannen die de aanslag pleegden, maar was voor een roman de figuur van de verrader, Karel Curda, niet veel spannender geweest?
En krijgen we een beetje inzicht in het kwade in de mens? Of zet Binet in HhhH een cliché neer van de Duitse geweldmachine? Waar doorbreekt hij dat cliché? Is het een interessante of verrassende visie die hij ons geeft op het verschijnsel terreur?
Ik kom hierop omdat de prominente nazi’s uit de geschiedenisboeken weliswaar slechte mensen waren, maar het massale doden, executeren, platwalsen, vernederen, mishandelen werd gedaan door mensen zoals ik. En dat alles met een fanatisme dat me angst aanjaagt. Het benauwt me dat gewone mensen met hun sores, met hun vrouw, kinderen en groentetuintje. Mensen die nadenken over een cadeautje voor hun moeder en over waar naartoe op vakantie, dat deze mensen tijdens werktijd moeiteloos de trekker overhalen tegenover onschuldige mensen aan de rand van hun zelf gedolven graf.
Iedere roman die dit raadsel probeert te verklaren, zou ervoor kunnen zorgen dat ergens iemand die trekker niet overhaalt.
Interessante vragen over een spannend boek. Ik noem er hieronder nog een paar.

Koop hier dit boek.

Personages
Wat gebeurt er met alle personages? Maken zij een verandering mee? Krijg je goed zicht op hun motieven en karaktereigenschappen?
Jozef Gabcik (Slowaak)
Jan Kubis (Tsjech)
Valcik (Tsjech, Moraviër)
Karel Curda (verrader)
Reinhard Heydrich de geit, de jood etc.
En vergeet de ‘ik’-persoon niet. Hoe verandert hij door het verhaal?

Indeling
Deel 1 krijgt als motto mee een citaat van Osip Mandelstam, uit ‘Het einde van de roman’: En weer wordt de boom van de geschiedenis beklad door het denken van de prozaschrijver, maar het is niet aan ons de list te bedenken waarmee het dier in zijn draagbare kooi teruggelokt zou kunnen worden
Deel 2 krijgt als motto mee een citaat van Goebbels: alarmerend rumoer uit Praag.
Waarom deze indeling? Wat is het verschil tussen Deel een en Deel twee (v.a. p.275)?
Verder 257 korte hoofdstukjes. Hoe werkt dat?

In deze drie fragmenten krijg je een fraai beeld van wat er gebeurde rond de aanslag:



Round characters?
Een roman draait in de regel om personages die tijdens het verhaal een verrassende ontwikkeling meemaken. Vaak weet je veel over achtergronden en motivaties van deze figuren.
Waar ik mee zat is dat de hoofdpersonen eigenlijk geen ontwikkeling meemaken maar wel de verrader, Karel Curda.
Hij is de meest ‘ronde’ figuur. Hij zit met een dilemma. Was deze roman interessanter geweest als die vanuit de verrader was geschreven? Waarom wel/niet?
Ik had zijn worsteling hier ook wel beschreven willen zien.

De vrouwen
Hoe vind je de vrouwen voor het voetlicht komen in dit boek? ‘Verloofde’, ‘voedster’, verzorgster. Zijn deze clichés erg, of versterken die juist de historische setting?

Lidice voordat het werd uitgemoord en vernietigd

Lidice, wat ervan overbleef…

De slechteriken
Doordat de personages weinig achtergrond, ontwikkeling en motivatie meekrijgen, krijgt de slechtheid van de mens ook geen psychologie mee. Daardoor krijg je wel de gewelddadige nazi-machinaties te zien, maar niet dat deze moordmachine bestaat uit gewone mensen die ook op tijd willen zijn voor de ouderavond of de verjaardag van hun dochtertje. Die het soms ook vervelend vinden waarin ze terecht zijn gekomen.
Hij heeft een uitgesproken maffiagezicht, dat is de beschrijving die Karl Hermann Frank meekrijgt. Is dit een duidelijke beschrijving?
Zet Binet in HhhH een cliché neer van de Duitse geweldsmachine? Waar doorbreekt hij dat cliché? Is het een interessante of verrassende visie die hij ons geeft op het verschijnsel terreur?
Ik kom hierop omdat deze figuren weliswaar slechte mensen waren, maar het massale doden, executeren, platwalsen, vernederen, mishandelen werd gedaan door mensen zoals ik. En dat alles met een fanatisme dat me telkens angst aanjaagt. Dat gewone mensen met hun sores, met hun vrouw, kinderen en groentetuintje. Mensen die nadenken over een cadeautje voor hun moeder, over waar naartoe op vakantie, dat deze mensen tijdens werktijd moeiteloos de trekker overhalen tegenover onschuldige mensen aan de rand van hun zelfgedolven graf. Iedere roman die dit raadsel probeert te verklaren zou dan wel eens levens kunnen redden.

Kijk eens naar dit filmpje waarin Lina Heydrich over haar man praat en over de tijd die zij in Praag doorbracht:

En hier woonden de Heydrichs tijdens die ‘Wunderbare Zeit’

De ik-persoon
Hoofdpersoon is de ‘ik’-peroon in dit boek. Kun je die gelijk stellen met de schrijver Laurent Binet? Waarom wel/niet? Wat voor ontwikkeling maakt de ‘ik’-persoon door?
In ieder geval het personage dat zich voordoet als de schrijver van dit boek: “Ik herinner het me nu” p.249 “In die bocht sta ik naar mijn gevoel al eeuwen te wachten”.
Of p.311: “Liever leg ik mijn matras in de galerij van de kerk, als er nog een plaatsje vrij is”.
Maar op p. 33 verdubbelt hij zich: Als ik een duidelijk beeld van Heydrich wil schetsen, wat ik heel graag schijn te willen”. Dus schrijvenderwijs komt de schrijver erachter wat zijn schrijvende ‘ik’-personage wil.
En dan op p.324 wil de ‘ik’ samenvallen met Gabcik: “Ik ben Gabcik, eindelijk.” Was dat de bedoeling? O nee, p.325: “Ik ben Gabcik niet”.
Is het verhelderend allemaal?

Romanpersonage
Wat vind je van de uitspraak op p.7 “Wat is er eigenlijk banaler dan een verzonnen personage?”  Wat is dan banaler dan Madame Bovary? Of Frits van Egters? Maarten Koning?
Hoe zou de vertelkunst eruitzien, als we geen personages meer zouden verzinnen? Is de banaliteit niet het beste te beschrijven en tastbaar te maken met personages? Is het niet juist heel heilzaam om alle mensen als personage te zien? (vgl. Voskuil in Het Bureau).
Vergelijk dit met wat er op p. 191 staat: Eerst literatuur, dan verankering in het geheugen van de mensen. Een motief om het als in HhhH aan te pakken. Verzonnen personages vindt de ‘ik’ “een soort vervalsing van bewijs” op een plaats waar al zoveel bewijs ligt (242).
Ook een biograaf kiest momenten uit die cruciaal zijn. Dat is hoe dan ook fictie. Motivering achteraf. Heydrichs ontslag uit de Marine is zo’n gekozen motief. Binet heeft verzonnen dat dit belangrijk is. Is dat erger of minder erg dan een persoon een andere naam geven?
Binet zegt er in Vrij Nederland dit over: Ik probeer in mijn boek niet aan het romaneske te ontkomen, ik probeer fictie te vermijden. Dat is niet hetzelfde. Romanesk betekent ook dramatiek, spanning, avontuur. Mijn boek functioneert als een roman, maar het is een geschiedenis. Romans die de werkelijkheid kunnen vervangen, maken diepe indruk op me. Jean-Paul Sartre laat in een van zijn romans de politicus Daladier honende taal uitslaan over het verdrag van München, waarbij Tsjechoslowakije door de geallieerden werd uitgeleverd aan Hitler. Geheel verzonnen door Sartre, maar de meeste Fransen denken dat Daladier dat echt gezegd heeft. Zo’n kracht heeft de verbeelding en zo riskant kan die ook zijn.

Hoe riskant is de manier waarop Binet in HhhH te werk is gegaan? Of heeft hij zo alle risico’s vermeden?

De titel
In het Frans is hij niet vertaald HhhH was HHhH (Hirn met hoofdletter). Dekt de titel de lading eigenlijk? Wordt duidelijk dat het personage Heydrich daadwerkelijk de hersens droeg van de figuur Himmler? Waaruit blijkt dat? Waar is dat spannend? Speelt Himmler überhaupt een rol in dit verhaal?
Zou een andere titel beter op zijn plaats geweest zijn? Doe een voorstel!

Ik-persoon kiest kleur
Aan welke kant staat de ik-figuur? Door welke emoties laat die zich meeslepen?
p. 149: Aan welke kant staat de ‘ik’-persoon eigenlijk? “De kliek van Benes”?
p.333: “weer een invalide onder de übermenschen.”
p.54: Heydrich komt binnen in een droom van de ‘ik’-persoon. Wat betekent dat? Heydrich maakt als roman-figuur onbetwistbaar indruk op de schrijver. Niet als historische figuur? Die was een Duitse soldaat, lopend in een sneeuwlandschap met prikkeldraad.

En op de vraag Ziet u Heydrich als onmenselijke duivel of als kind van zijn tijd? Antwoordt Binet:
Ik prefereer de sociologische benadering. Als ik hem een monster noem, kom ik op het terrein van het Kwaad en dat is voor mij een oninteressante theologische kwestie. Heydrich was een product van zijn tijdperk.

Zou dit ‘product zijn’ van zijn tijperk, Heydrich ontslaan van schuld aan deze wreedheden? Kon hij niets anders doen omdat hij product was en geen zelfstandig denkend mens? Volgens mij kun je hier zien dat Binet een kind is van een communistische vader.
Hoe verhoudt deze uitspraak (Heydrich is product van een tijdperk) zich met de wens van Binet om geen roman te schrijven? Schrijft Binet dan niet gewoon sociologische fictie?
Binet zegt dat  hij waakt (…) voor latere romantische en pathetische inkleuring van de geschiedenis. Lukt hem dat in dit boek?

Een nieuw genre: de ‘infraroman’
Binet zegt hierover: Dat concept deed het heel goed in de Franse pers. Maar natuurlijk is infraroman een pretentieuze term voor iets wat al bestaat: de non-fictie roman, faction. Mijn toegespitste definitie is: een geschiedenis verteld als een roman met alle eigenschappen en technieken van de roman – op één na: fictie.
Ben je gewonnen voor het nieuwe genre Infraroman?
Of betekent het in zijn geval dat je in dit genre weinig dialogen hoeft te schrijven. Dat is niet Binets sterkste kant zo vond ik blijken uit b.v. deze passage: p.110 – 111. Of vind je dit wel fraai?

En nog wat vragen
– Als je de verzetshelden van toen vergelijkt met de huidige taliban-strijders in Afghanistan. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten?
– De lulligheid van oorlog. Alle acties zijn een fatale combinatie van planning en toeval. Het sturen van oorlogshandelingen is lastig. Verandert dit boek je blik op het verschijnsel oorlog?
– De bereidheid om te sterven voor het vaderland is in HhhH een gegeven. Is dat gegeven in de tijd waarin wij leven nog wel aanwezig? Kunnen landen daar nog op vertrouwen? Wat doet dat met een legerapparaat als het onze?
– ‘Het einde van de roman’ , Osip Mandelstam. Is HhhH een roman of een geromantiseerde biografie? Of een hagiografie, een huldeblijk aan helden? Of een historische reconstructie?
– Doel van het boek is om te laten zien dat de moordaanslag zin heeft gehad. P.315.  Is dat gelukt?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: