Rik Launspach – Man Meisje Dood

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details van de plot en/of de afloop van het verhaal.

Aan thema’s geen gebrek in deze roman. Het gaat over nut en noodzaak van de Nederlandse inzet in Afghanistan, over macht en onmacht van taal, over wel en wee in een liefdesrelatie, over aantrekken en afstoten van vader en zoon.
Zoveel thema’s liggen er, dat de vraag overblijft waar deze roman nu eigenlijk over gaat.
Een kwestie die Launspach aansnijdt en waar ik niets van begrijp is die van de taal. De hoofdpersoon Deus, student Taalwetenschap,  maakt zich boos op de vermaledijde onmacht en dubbelzinnigheid van de menselijke taal. Dat vind ik een onbegrijpelijk kwestie. Laat ik het zo zeggen, ik begrijp van dit leidende motief van Deus net zoveel als ik zou begrijpen van een parachutist die woedend een petitie tegen de zwaartekracht ondertekent. Dat wordt zo toch een beetje sneue man die, mocht zijn wens ingewilligd worden, tot zijn verbijstering in een eenzame luchtledigheid weg zal drijven. Ik had moeite me in te leven in deze kwestie.
Ik begreep ook niks van de ‘handigheid’ om Afghaanse woorden en zinnen en betekenissen om te zetten in getallenreeksen. En die getallenreeksen vervolgens weer in het Engels of Nederlands te ‘vertalen’.  Lijkt me geen halvering van het noodzakelijke computergeheugen op te leveren. In tegendeel, dat vergt juist een verdubbeling van het computergeheugen. Wie weet hier meer van?

Hieronder vind je wat losse vragen en opmerkingen rond deze roman. Ik werd niet uitgedaagd om allerlei fascinerende gedachten en verhaallijnen te ontrafelen en onverwachte verbanden te leggen. Daarvoor bevat dit boek te veel weetjes en te weinig wijsheid.
Behalve eentje dan, die is blijven hangen: “Het Westen wint nooit meer een oorlog omdat we niet meer bereid zijn te sterven”.

Koop hier dit boek.

Personages
Deus de Ru, zoon van
Thomas de Ru
Puck is de clown uit Midzomernachtsdroom van ‘een beroemde Britse bard’.
Puck en Tatja niet echt lesbisch (p.17)
Eelco, ex van Tatja.
Pim en Carly, adoptie-ouders van Tatja

Titel
Man meisje dood
Vragen: Wie is de man? Wie is het meisje? Wie gaan er dood?
Of is het deze volgorde: man vindt meisje en sterft  aan deze ontmoeting?

Opdracht:
– “Vertel, Muze, vertel van de wrok.” Homerus, ca. 760 v.Chr.
Dit is de eerste zijn van de Ilias van Homerus.
Wie nemen er allemaal wraak op wie?

“Onze schitterende perfectie ligt om de hoek, voor het grijpen.” Bernard Thomas Reinhart, 2011
Van deze Reinhart heb ik nog nooit gehoord. Is het citaat misschien van Thomas Bernhard (1931-1989)?

Historische Tijd
Het is soms lastig om te zien wanneer iets speelt in de verhalende tijd. Ik doe een poging, maar corrigeer me waar mogelijk:
Ontmoeting Tatja en Puck in 1989 (p.49 Plein vd Hemelse vrede).  Juni aan het strand. In September raakt het aan.
Missie in Afghanistan in Uruzgan was van 2006 tot 2010. Deus komt 18 februari 2010, twee dagen voor de val van kabinet Balkenende IV aan in Tarin Kowt..
Kerstdiner met vader is december 1992. Dus het raakt aan met Tatja in september 1991 (dan klopt het kijken naar Bij nader inzien wel weer).
In mei 1993 naar Venetië p.151 en 166.
– Eerste keer naar Afghanistan in 1994. P.277

Personages
Deus de Ru

Wat is dat voor man? Zijn moeder overleed toen hij 9 jaar oud was, in 1977. Hij is dus uit 1968. Opgegroeid in een internaat.
Waaruit blijkt zijn intelligentie?
De schrijver relativeert ook vaak wat Deus zegt: “zat met zijn hoofd nog bij de vele intelligente en diepe dingen die hij net had gezegd.” Het onvermogen om te communiceren? P.43. Waarom is alleen dat stapeltje boeken de moeite waard om te lezen?
Hij haat Nederlands p.95 “Het is een taal die schokt als een bolderkar”, zegt hij. Wel een mooie taal toch die z’n eigen lelijkheid zo kan verwoorden?
Merk je dat de auteur zijn hoofdpersoon intelligent vindt? Of laat de schrijver merken dat Deus eigenlijk niet zo slim is? Dat hij wel veel meningen heeft, maar weinig denkt. Zie p.44 ‘intelligente en diepe’, en later p. 66 “De enige met hersens”. En p.121 “net zoveel hersens heeft als ik”.
Geen vrienden (46). Eenzaam.
Het tegenovergestelde van Eelco.
Eelco heeft een zeilboot, Deus woont in een omgekeerde boot.
Deus doet niks met de twee meisjes in bed. Eelco wel in Venetië.
Eelco leeft nog op de laatste pagina. Deus niet.
Wil indruk maken met gevaarlijk leven, pistolen, Joegoslaven (p.66) “Keek ze tegen hem op”.
Hij gaat Dari studeren in Leiden, naast taalwetenschap. Na nog geen jaar stopt hij ermee. Maar spreekt dan al Dari. Hij kan het –Perzische schrift-  niet lezen.
– En dan die rijkdom opeens. Voor het karakter van Deus zou het mooi zijn als we wisten hoe hij zijn rijkdom beleeft. P.420: penthouse in de gouden bocht, glimmende auto’s…  Of krijgen we daar wel zicht op?

Wat is het voor jongen, die Deus? Hij legt een mening neer, en is dan eigenlijk al geïrriteerd als iemand hem niet onmiddellijk gelijk geeft. Met een mening is de kous af.
Hij doet een beetje denken aan iemand, je kent ze vast, die iedere maand de Quest uit het hoofd leert. En daar op verjaardagsfeestjes iedereen van laat meeprofiteren. Herken je zo de wetenschappers? Of is hij God-gelijk? Deus is immers het Latijnse woord voor God. God houdt ook niet van tegenspraak en wordt zeer slim genoemd.
– p.332 “Hij wist niet meer waar het idee vandaan gekomen was”  Of op het vliegveld: waarom draait hij zich om om naar Tatja te gaan. Dat is de belangrijkste draai in het boek. Opeens staan ze weer hand in hand. P.197. Kunnen we als lezer deze motieven herleiden uit het personage Deus?
p.432: “er is iets grondig mis met de manier waarop wij leven.” Wat bedoelt hij hiermee?
Zou je Deus de Ru graag als buurman willen hebben? Waarom wel/niet?

Thomas de Ru
Vader van Deus. Tracht te praten als Thomas Bernhard (49) “Ik heet Thomas.” “Vorige maand was het nog Bernard.” Thomas Bernhard is een Oostenrijkse schrijver van voornamelijk toneelstukken.
Thomas woont aan de Groenburgwal in Amsterdam. Wel chic hoor.
Mishandelde zijn vrouw en haar minnaar. Dat vernietigde zijn medische carrière.
Thomas is een complex personage. Op p. 47 weet hij alles van architectuur, musea, operagebouwen en stadstoneelgezelschappen. Maar op p.96-97 haatte hij in Lissabon het bezoek aan musea, kathedralen, gebouwen, Mesopotamische potscherven. Wat is er met hem gebeurd? Deus lijkt het normaal te vinden.
Thomas was getrouwd met Mies. Van de musea en potscherven. Maar als ze met Thomas wandelde had zij juist géén oog voor haar omgeving, maar wilde zij praten over hun relatie. Mies stierf op 27 maart 1977 op Tenerife. Heeft hij na haar dood haar fascinatie voor kunst overgenomen? Wat zegt dat over zijn vrouwenhaat?

Tatja
Wat is zij voor meisje? In ieder geval blijkt op p.51-54 dat zij ook de Quest leest. Geadopteerd uit Afghanistan door Pim en Carly toen ze acht was. Maar wat zegt ze daar over? Wat heeft ze daaraan overgehouden? Alleen Puck zegt daar heel summier en suggestief iets over.
Vanaf september 1989 verkering met Deus. Voorjaar 1990 moeder dood. Zwijgt een half jaar over het ongeluk met haar adoptiemoeder. Zwijgt over haar Italiaanse beurs.
Deus verwijt haar op p.122 dat zij niets schrijft “over de intensiteit van hun liefde”. Maar doet Deus dat wel? En de auteur? Waar? Deus verwijt het zichzelf ook. P.137.
Zij studeert Nederlands met als bijvak Italiaans. Daarvoor krijgt ze een beurs voor Venetië! Waarom? En ze gaat zich specialiseren in Etruskisch? Een taal die geen verwantschap heeft met de Italiaanse talen. In welke academische wereld speelt zich dit af?
Tatja gaat wel naar Turkije, Deus achterna. Is dat omdat hij (p.195) begerenswaardig is geworden. Omdat hij een punt achter iets kan zetten?
Waarom zouden alle moeilijke gesprekken over haar en Deus door Puck gevoerd worden? P.199.
In 1996 gedoneerd aan het weeshuis, samen met Puck.

Puck
Beschermster van Tatja. Zij voert het woord namens Tatja. Het gaat niet goed met haar. Tatja is de zwijgende. Puck spreekt de zaken uit. Wat is haar rol? Zijn Tatja en Puck een tweeënheid?

Thema
– Communicatie door menselijke taal is gedoemd te mislukken. “Hoe meer je verdiept in een taal, hoe ingewikkelder de communicatie wordt”. P.69 (dat geldt ook voor zwaartekracht en tijd) Deus wil af van “die afschuwelijke interpretatietraditie die we met z’n allen in stand houden” P.69.
En wat vinden we van de oplossing op p. 300 en 303? Ik snap helemaal niet dat dit de dubbelzinnigheid zou verminderen.
Ik begrijp ook niet dat een student in de taalwetenschap zich kwaad maakt over de dubbelzinnigheid van de taal. De onmacht van de studie letteren zit hem inderdaad in de meerduidigheid van taal. Maar tegelijkertijd is die meerduidigheid ook de bestaansgrond van dit edele vakgebied.
Iedereen die ooit zijn grote teen gedoopt heeft in de zee van literaire teksten, heeft mogen ervaren dat die lagen en listen die in de taal meegebakken zijn, nu juist het belang van die teksten uitmaakt. Als Shakespeare (‘een beroemde Britse bard’, zoals Deus hem wat sleets omschrijft) consequent ondubbelzinnig had opgeschreven wat hij bedoelde, dan lazen we hem nu niet meer.
En dan hebben we het niet eens over de geschreven taal. Launspach weet als acteur dat je zelfs de meest eenduidige tekst in z’n tegendeel kan doen omslaan door de manier waarop je hem uitspreekt.
Deus lijkt hierin op een parachutist die een petitie tegen de zwaartekracht ondertekent. Een beetje sneue man die, mocht zijn wens ingewilligd worden, tot zijn verbijstering in een eenzame luchtledigheid weg zal drijven.
Nee, het enige echte probleem van de letterenstudie zit ‘m in de vraag of een tekst literair is. Of hij kwaliteit heeft of niet en die vraag willen beantwoorden voelt soms als onmacht. Een letterenstudie zou studenten moeten kunnen opleiden tot lezers die kunnen vaststellen of in het ene geval de meerduidigheid koketterie is, en in het andere geval genialiteit verraadt.
Ik denk dat tijdens de compositie van de roman Man meisje dood, veel energie is gaan zitten in deze onmacht en frustratie. De omschrijving ‘een beroemde Britse bard’ van de als geniaal gepresenteerde Deus is een van de vele voorbeelden waarin deze onmacht aan de oppervlakte komt.
Ik vind letterkunde een geweldig vak, maar dit terzijde.

– “Het Westen wint nooit meer een oorlog omdat we niet meer bereid zijn te sterven”.  Ik vind dat een leuke stelling. Houdt me wel bezig. Klopt die? Waar gaat die stelling op en waar niet?

– p.374: Nargis denkt dat Nederlanders heel gelukkig zijn. Deus gelooft dat niet. Waarom gelooft hij dat niet? Zou hij echt geloven dat Afghanen gelukkiger zijn? Waar laat hij dat uit blijken?
Hoe kan het dat Deus zo naïef is dat het ontmaagden van Nargis niet zoveel consequenties zal hebben? Zelfs ik dacht telkens bij iedere toenadering: Doe het niet!! En ik ben zelfs nog nooit in de buurt van Afghanistan geweest!

De schrijver en Deus
Launspach was als acteur/regisseur betrokken bij de oprichting van De Trust, samen met Theu Boermans in 1988. Zij bespeelden het Heiligewegbad in Amsterdam, dat toen was omgebouwd tot een theaterzaal. Daar heeft hij ook Am Ziel geregisseerd van Thomas Bernhard.
Deus bezoekt in 1989 samen met Tatja de voorstelling OVERGEWICHT, onbelangrijk: VORMELOOS van Werner Schwab p.62. Rik Launspach zat daar zelf ook in. Zie http://www.youtube.com/watch?v=TRl1H4rzz8g. Dat stond in 1993 op het repertoire.
Hij laat Deus heel onaardige dingen zeggen over De Trust.
In 1991 kwam Bij nader inzien op tv bij de VPRO. Rik Launspach speelde daar ook in. Die kijken ze in Man Meisje Dood al in 1989.  “wat een bullshit”. En er is nieuws over de Balkanoorlog (1992-2001) en hebben het over de roman Het Bureau (1996-2000).
De watersnoodramp komt ook nog even voorbij op p.107. Launspach schreef ook 1953.
Launspach lijkt over het algemeen niet trots op waar hij aan meegewerkt heeft in het verleden. Wat zegt dat over een mens?

Nog meer vragen
– Eerste zin: “Mensen die zeggen dat haat en liefde vlak bij elkaar liggen, hebben er niets van begrepen.” Waarom hebben die er niets van begrepen?

– Wat spreekt Deus aan in Tatja? Waaruit blijkt dat ze veel van elkaar houden? Of blijft het een raadsel waarom de twee zoveel voor elkaar op het spel zetten?
Waarom gaat Deus niet veel eerder naar Venetië? Wél Eelco. Wél Puck. Wél Pim. Deus heeft toch geld genoeg door zijn drugsdeals?

– Waarom wil Deus zo graag het weeshuis van Tatja bezoeken en helpen?

– Puck en Tatja zijn niet echt lesbisch (p.17) Wie vertelt ons dit? “Die had kunnen vaststellen dat..”. De verteller richt zich hier nadrukkelijk tot de lezer. Waarom zou hij dat doen? Doet hij dat vaker?

– Deus fascinatie voor de dames is duidelijk: p.19 weet niet of het veel met liefde te maken heeft. De lezer weet dat op p.20 heel goed: het is alleen geilheid. En Darwin: p.21
Waaruit blijkt dat ze mooi zijn? Welke beschrijving die verder gaat dan: “Wie zou niet aarzelen in de nabijheid van zoveel schoonheid.”

– Deus. God. In den beginne was het Woord. En we weten wat dat voor verwarring tot gevolg heeft gehad. P.394.
Deus begint met het ontwikkelen van een nieuwe taal. Net als een echte God. Die doet dat ook. En allemaal met de ambitie om de verwarring bij de mensen weg te nemen. En alle goden worden boos als ze niet begrepen worden, net als Deus.
De Zoon, Deus. De Vader, Thomas. De Heilige Geest, ….?

– De geniale drugsdealer. Is dat een interessante lijn? Krijgen we een beetje zicht op zijn grote verleden als drugs-zuivel-koning van Amsterdam? Hij heeft in een duur pand gewoond, maar dat wordt terloops verteld. Toch zijn drugs de rode draad door het hele verhaal. Met drugs palmt hij de meisjes in. Met drugs weet hij zich in Afghanistan staande te houden.

– Zou Deus echt Mullah Omar hebben ontmoet? P.93 “eenogige leider” linkeroog weg.
Dan heb je wel wat meegemaakt!

– Waarom zou Launspach dit boek geschreven hebben? Wat is het statement dat hij hiermee zou kunnen maken?

Slordigheden
– Kerk ligt op p. 59 in Zuid. Op p. 180 in het centrum.
– p. 181 Venetië “de stad van Leonardo da Vinci”? Dat is toch echt Florence.
– Op p.210 ontploft een Propaan tankwagen. Deus overleeft dat. Is dat niet erg onwaarschijnlijk? Ik kan me nog herinneren dat iets soortgelijks gebeurde. In 1978 in Los Alfaques, Spanje: 216 doden, 130 gewonden. Hier het krante-artikel:
“Op een weg naast een camping Los Alfaques bij het plaatsje San Carlos de la Rápita (Tarragona) kwam een tankwagen met vloeibaar propyleengas (LPG) in botsing met een muur en raakte van de weg af. De tankwagen kwam terecht op het kampeerterrein en de 43.000 liter propyleen explodeerde ten gevolge van een BLEVE . Een terrein van 300 vierkante meter werd tot boven de 2000 graden celsius verhit. 102 mensen kwamen direct om in de vuurzee, 130 raakten zeer zwaar gewond. Uiteindelijk liep het totaal aantal doden op tot 216, waaronder 10 Nederlanders.”
– (p.25)- De kerk op het Singel. (Een Amsterdammer weet niet eens wat je bedoelt als je het over de Singel hebt).
– Gustav Klimt p.245 toont vrouwelijke geslachtsdelen? Dat was tijd- en plaatsgenoot Egon Schiele.
– p.400 een caisson moest zinken. Geen ponton.
– Deus blijkt een proefschrift te hebben geschreven p.15, geen scriptie p.405. De Chomsky van de lage landen zou toch het verschil moeten weten tussen deze twee.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: