Stefan Brijs – Post voor mevrouw Bromley

Spoiler alert! Dit artikel verklapt alles!
Je kunt Post voor mevrouw Bromley hier bestellen.

Wat een geluk dat Vlaanderen Nederlandstalig is. Want Nederlandse schrijvers doen niet aan de eerste wereldoorlog. Die hebben aan de tweede nog stof genoeg. Maar Vlaamse schrijvers doen er wel aan. En dat een groot deel van het front over Belgisch grondgebied liep, is de minder gelukkige reden daarvoor.
De Vlamingen zijn niet meteen in de pen geklommen. Raymond Brulez (1895-1972) schreef in de jaren vijftig –in zijn magistrale vierluik ‘Mijn woningen’- herinneringen op uit de oorlog, in het deel met de titel Het pakt der triumviren. Maar dat klonk een beetje als in dit citaat: “In het stadspark Le Chant des Oiseaux rustte Jeanne behaaglijk in de varens. Haar gretige lippen klemden een grashalm, haar halfgeloken ogen lachten mij toe. Liefelijk en helder kwetterde de zang der vogelen, maar in de verte dommelde het doffe trommelvuur van Verdun”. Niet echt een toon om de verschroeide aarde in te beschrijven.  Pas in 2008 was het raak, toen Erwin Mortier uitkwam met Godenslaap en nu dan, in 2011, Stefan Brijs met Post voor mevrouw Bromley. Beide romans proberen recht te doen aan de onvoorstelbare waanzin van deze oorlog.

Brijs schept afstand door de roman in een Britse setting te plaatsen. Het begint in Londen en pas als de Britten gaan vechten in België en Noord Frankrijk, komt ook het verhaal het vasteland op.
Nederland heeft zo weinig van de Eerste Wereldoorlog meegekregen, dan het voor Nederlandse lezers handig is om even de kaart te raadplegen. Ik doe er hier eentje bij.
Als je dit boek uit hebt, blijven er genoeg vragen over. Vragen als: waarom heeft Brijs deze roman geschreven? Waarom vanuit een Engelse jongen? Welke rol spelen de brieven in deze roman?
De zelfmoord is een thema. De liefde. De literatuur, allemaal onderwerpen die je aan de hand van deze roman kunt bespreken. Je moet hieronder maar eens kijken of er iets tussen zit.
Er is trouwens nog een roman in 2011 uitgekomen die ‘wortelt’ in de eerste wereldoorlog. Kind van een vreemde van Alan Hollinghurst. Bejubeld in de pers, maar ik vond het lezen maar een moeizame exercitie. Misschien had ik het niet in de Nederlandse vertaling moeten lezen.
In beide romans ligt de focus op een Britse familie die slachtoffers te betreuren hebben in de Eerste Wereldoorlog. Maar mevrouw Bromley woont in een armoedig buurtje van Londen, terwijl de familie Valance van adel is.

Flaptekst
Ik weet niet of je het al hebt gehoord, maar ons land heeft dringend helden nodig. Echte helden.
Augustus 1914. In Londen melden duizenden jongemannen zich aan om te gaan vechten tegen de Duitsers. Martin Bromley, zeventien en te jong voor het leger, probeert de twee jaar oudere John Patterson te overreden samen in dienst te gaan, maar die wil zijn droom om te gaan studeren niet opgeven. Uiteindelijk slaagt Martin er met een list in naar het front te vertrekken en blijft John achter in een stad waar de druk op dienstweigeraars toeneemt.
Post voor mevrouw Bromley is een aangrijpende roman over ouders en kinderen in tijden van oorlog. Een verhaal over moed en lafheid, hoop en vriendschap, gemis en verlangen.

Omslag
De klaproos. Waar staat die voor? En een halve klaproos met een poststempel? De klaproos was de enige bloem, zo zeiden de WOI-veteranen, die op de killing fields konden bloeien. Maar dat poststempel? Is deze hele roman misschien als brief aan mevrouw Bromley bedoeld? Een soort bekentenis van John?

Personages
John Patterson
Vader Patterson
Martin Bromley
William Dunn
Mary Bromley
Ltd. Ashwell
Walter Simkins
Gladys Carrigan

Opdracht
Deze regel komt uit een lang gedicht van Keats.

Fragment, Book I
Deep in the shady sadness of a vale
Far sunken from the healthy breath of morn,
Far from the fiery noon, and eve’s one star,
Sat gray-hair’d Saturn, quiet as a stone,
Still as the silence round about his lair;
Forest on forest hung about his head
Like cloud on cloud. No stir of air was there,
Not so much life as on a summer’s day
Robs not one light seed from the feather’d grass,
But where the dead leaf fell, there did it rest.

A stream went voiceless by, still deadened more
By reason of his fallen divinity
Spreading a shade: the Naiad ’mid her reeds
Press’d her cold finger closer to her lips.

Het begin van Hyperion van John Keats. Een lang gedicht waarin het menselijk, aardse gevecht nietig blijkt tegenover de kracht van de poëzie, van de god Apollo.
Waarom is deze opdracht goed gekozen? “Maar waar het boomblad viel, daar vond het rust”  (vert. Van Lennep)
Geldt dat ook voor de gevallenen op het slagveld van WOI. Waarna zij humus zijn voor klaprozen en bijzondere planten waar Ashwell naar op zoek is? Of is het ergens anders voor gekozen?

Titel
Post voor mevrouw Bromley
. Dat kan verwijzen naar de brieven die wel/niet verstuurd zijn.
Maar zou het ook op John kunnen slaan? John is dan een vooruitgeschoven post voor mevrouw Bromley, om verslag te doen van de strijd en haar zoon te zoeken.

Perspectief
Alles staat in de ik-vorm. John is aan het woord. Wat doet dat met je beleving van deze roman? Maar waarom zou de Vlaming Stefan Brijs een Engelse invalshoek gekozen hebben voor een Vlaams onderwerp?

Vragen en stellingen
– Wat vertelt Post voor mevrouw Bromley over heldendom in oorlogstijd?
– Wat verklaart de vriendschap tussen Martin (17) en John (19)? Ze hebben eigenlijk niets gemeen met elkaar. John noemt hem zelfs een boef op p.99.
– Is wat John uithaalt met de post voor de ouders van de gevallenen, en wat zijn vader begonnen is, eigenlijk goed te keuren? Heeft hij het goed voor met de mensen? Waar komt dit verlangen tot verdraaien vandaan denk je?
– De laatste zin: “Martin is dood, mevrouw Bromley. Maar hij is gestorven als een held. Een echte held.”  Zal hij deze leugen echt in haar gezicht zeggen? Of kan hij alleen liegen in geschreven taal? In brieven? In fictie? Het verhaal houdt hier op. De ‘ik’-persoon laat ons deze ontmoeting met mw. Bromley niet meebeleven.
Als je de brief aan Gladys leest op p.459. Hoe oprecht is John hier eigenlijk? Kun je feit en fictie nog wel uit elkaar houden?

– De vader van John ‘verpakt’  zijn boeken in postzakken. Daarmee verklaart schept Brijs ook een band tussen post en fictie. Fictie die de dood van de bezorger overleeft.
Zijn brieven er dus om leugens fraai in te verpakken?
De titel zou dan ook kunnen luiden ‘Fictie voor mevrouw Bromley’. Terwijl brieven toch juist geen fictie zouden mogen bevatten, maar persoonlijke ontboezemingen. De brief is eigenlijk het tegengestelde van fictie.
– John laat weinig heldhaftigs zien. Hij wordt meer geleefd dan dat hij zelf het initiatief pakt. Behalve op p. 396. Waar komt dat vandaan? Op p.456 gaat hij ook de confrontatie aan. Hij wil Ashwell verlaten maar laat zich, in ruil voor een dag Poperinge, toch weer overhalen. Snap je dit?
– Hoe zouden we de vriendschappen van John ieder apart kunnen omschrijven? Wat hebben ze voor invloed op hem? De vriendschap met Martin? Met Mary? Met mevrouw Bromley? Met William? Ashwell? Kunnen deze vriendschappen zijn eenzaamheid verbloemen?
– “Wijsheid kan alleen worden gevonden in waarheid.” Dat citaat op P.171. van Goethe is de titel van Williams manifest. Ben je het daarmee eens?
Een ander citaat van Goethe is “Je moet over voldoende fantasie beschikken om de waarheid aan te kunnen.” Zou dat het motto van John kunnen zijn?
– John Patterson laat Mary Rudyard Kipling lezen. Dat is pikant, want Kipling maakte deel uit van een groep schrijvers met o.a. H.G. Wells, die voor de geheime dienst van Engeland propaganda schreven tijdens WOI. De standaard formulieren van medeleven aan de nabestaanden, zijn dus wellicht door Kipling geschreven…
– Wat wil deze roman nog meer aan de lezer duidelijk maken dan alleen het verhaal van John Patterson? Iets over de Eerste Wereldoorlog? Of over geweld? Over groepsdruk? Is het een ode aan de fictie? Aan de roman?
– “Martin was veranderd”, zo luidt de eerste zin. Het blijkt een fatale verandering.
Is John veranderd in de tijd die ligt tussen blz. 1 waarop hij Paradise lost leest en als hij terugkeert na de loopgraven? Hoe zie je dat hij veranderd is? En welk paradise is lost?
– De twee grote hoofdstukken heten Het Thuisfront en Het Westfront. Wie zijn de vijanden aan het Thuisfront en wie aan het Westfront? Aan welk front lijdt John zijn grootste nederlagen? En waarom? Voor welk front is het karakter van John het beste geschikt?
– Op p. 397 denkt John aan z’n vader, aan William en aan Ltd Ashwell.  ‘Alsof er een wond met kracht openbarstte’.  Waarom denkt hij aan hen? Zal de redding van Ashwell uiteindelijk iets uitmaken? Waarom wel/niet?
– Een wanhopige brief van Mary uit Londen nadat bekend is geworden dat haar vader, meneer Bromley, gedood is. “Verlos ons, John” p.389. Dat is nogal een opdracht. In een stijl die nogal Bijbels aandoet: Verlos ons Heer. John, de fantast, de leugenaar, de verbloemer zou dan de Verlosser zijn. Wat zegt dat over taal en fictie?

Plaatjes

De frontlinie

Talbot House in Poperinge bestaat nog steeds. Zo ziet het er van buiten uit

Talbot House in Poperinge, de kapel op zolder

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: