Jan van Mersbergen – Naar de overkant van de nacht

Je kunt Naar de overkant van de nacht hier bestellen

Als je een avondje wil door bomen over Naar de overkant van de nacht, dan kun je je buigen over een aantal vragen, maar de beginvraag is:  Hoe groot wil je het verhaal maken?
Is het een klassiek louteringsverhaal, waarin de held allerlei ernstige dingen meemaakt en daarna tot grote existentiële inzichten komt? Of is het een verslag van een carnavalsnacht waarin de held zich klem zuipt en vervolgens zijn vrouw opbelt om haar snotterend mede te delen dat hij haar mist?
Ik ga natuurlijk graag de diepte in. Dat zijn de mensen nu eenmaal van De Lezersvriend gewend. Maar het is ook geen gek voornemen, want op p.1 zoekt hij al steun bij een pater in de Gasthuisstraat.  En gasthuis is ziekenhuis. Dus de ik-persoon moet er ernstig aan toe zijn. De ik-persoon in zijn veermanspak. Z’n pekske. Iedereen is verkleed als iemand anders. Als pater. Als veerman. Als Tovenaar. Hoewel, de eerste zin van deze roman luidt: “Tijdens Vastelaovend ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovend ben je eindelijk jezelf”.
Nu is het zijn van ‘jezelf’ nog steeds een eindeloos raadsel voor mens en lezer met vele schijnoplossingen. Toch vraagt de schrijver hier aan ons om alle pekskes serieus te nemen. De pater is een pater, Ralf is een veerman, de Tovenaar is een tovenaar. De Capitano is kapitein.

Er zijn nogal wat metaforen in dit boek gestopt. We hoeven ze er niet allemaal uit te halen, maar een paar van die beeldspraken uitzoeken is wel leuk.
Waar staat de veerman voor? Waar staan de vogels voor? Wat is er met de (hijs)kraan(vogels), met de maskers? Waar staat de figuur van de vader (pater) voor? En carnaval is zelf ook een metafoor. Van het vlees en het afscheid van het vlees. Of van het schip dat het land op rijdt. Beelden keren terug in andere gedaanten, vermommen en spiegelen zich en vertellen een stukje van hetzelfde verhaal op een andere plaats, in een andere tijd, door een ander personage.

Naar de overkant van de nacht. Wat is ‘de nacht’. Wie was de veerman toen hij van de ene over begon over te steken? En wie was hij toen hij aan de andere kant weer aankwam?
Ik doe hieronder wat voorzetjes.
Het beeld van de nacht- de rivier-de Styx natuurlijk. Maar ook een mooie lijn om te volgen is die van de vrouwen. Bij voorbeeld; Ralf heeft Sara ‘verlaten’ toen ze elf was. Zal hij nu ook haar dochter verlaten, nu ze elf is? Geeft dit boek antwoord op deze vraag? Maar er zij  nog veel meer beelden die ook de moeite waard zijn om dieper op in te gaan.
En die leveren veel vragen op over een boek dat bij herlezing steeds mooier en complexer wordt.

Indeling
11 hoofdstukken, dat spreekt!

Stijl
De stijl is die van de stream of consciousness. Dat wil zoveel zeggen dat schijnbaar elke associatie van de verteller wordt gevolgd. Lees één pagina van Ulysses van James Joyce en je weet dat Van Mersbergen het minder slecht met de lezer voorheeft.
De ik-figuur vertelt het verhaal in de tegenwoordige tijd en de zinnen buitelen over je heen. Hij springt daarbij ook nog eens onaangekondigd van het heden naar verschillende verledens die zich op verschillende plaatsen afspeelden. Dat geeft de lezer een opgejaagd gevoel. Maar ook een gevoel dat je niet alle sprongen helemaal hoeft te begrijpen.

Personages
Ralf, veerman, maar wordt kraanvogel (p.80).
De Pater
Oom Lau, ook veerman (p.6)
De Maxicanen
De Capitano heeft op p.112 de veermanspet van Ralf op.
De man met ravenmasker. (en waarom zieP.137)
Sunny, de zonnebloem

Sara
Maybelle, niet verkleed
Alvin, spiderman
Helen, monster, prinsesje
Nettie, monster, prinsesje

Thema’s

kraanvogel
De kraanvogel (Grus grus) p.28. Ralf wordt kraanvogel, met een rood petje. En een kraanvogel heeft ook een rood mutsje (zie foto).
Dat thema van de veerman, kraanvogel, kraan is wel een aardige. De kraanmachinist verplaatst dingen van a naar b. Dat doet de veerman ook van oever a naar oever b. De kraanvogel gaat veel verder. Die gaat ook heen en weer, maar dan een keer per jaar. Van a naar b. Van Noord Europa naar Spanje.
En de hijskraan: Alvin speelt daarmee. Ralf zit in de “kraancabine met goed zicht”: p.39.

Maar wat doen al die andere vogels in dit boek? Spreeuwen, raven, kanaries,  kraaien, meeuwen (Larus, lazarus)?

overkant
De veerman. Wie neemt hij mee?
De raaf brengt hem naar de overkant van de bevroren Maas. De veerman is niet nodig.
Ralf haalt met Sunny in de hotelkamer ‘de overkant’ op p.146-147 wanneer zij concludeert “als je iemand mist ben je nooit alleen”. Maar ook aan het eind van het boek, wanneer hij Sara belt. Ik heb je gemist. Maar het meisje bij het putje haalt ook bijna de overkant. Wat mag dat dan wel zijn?
Of is de scheepsmetafoor van toepassing? Carrus navalis, de scheepswagen. De narrenschuit die door de straten rijdt. De omkering dat Ralf de schipperszoon, de veerman, de oever opgaat en stratenmaker wordt. Dat is een carnevaleske omkering van de orde der dingen. Dat moet gedonder opleveren.

De metafoor van de veerman kun je verder verdiepen. Wat vertelt deze metafoor? Who pays the ferryman?  staat er een paar keer. Het verwijst naar de Griekse mythologie waarin de grens tussen de wereld van de levenden en het dodenrijk (de Hades) gevormd wordt door een rivier (de Styx). De doden steken deze rivier over met behulp van een veerman (Charon). Om de veerman te betalen hebben de doden munten op hun ogen gelegd gekregen door hun nabestaanden. De veerman krijgt dus munten van overledenen.
Als je nu de Maas als rivier neemt, wat is dan het dodenrijk? En waarom? En wie is Charon? De raaf? Ralf? De Capitano? En waarmee wordt betaald? En wat krijg je ervoor? (zie ook p.46)

vrouwen
De vrouwen Maybelle – Sara – Sunny vormen een keten in Ralfs leven die verder gaat dan je op het eerste gezicht zou denken.
Wat heeft Ralf met Maybelle? Zij lijdt aan bolumia (p.105-106) en 143. Heeft Ralfs hier iets mee te maken? Hij beschrijft een toenadering die haar van haar vraatzucht af zou moeten helpen. Maar die lijkt verder te gaan. Op p.108 roept zij hem, en kust hij haar knie. “leg mijn hoofd op haar buik zoals ik dat ook bij Maybelle soms doe” p.141. “Toen hield ik haar vast, dat zachte jonge vlees. Carne vale, dat moet ik onthouden. Net op tijd.” En “de handen van Maybelle voor het eerst over de huid van een ander, ruw”. P.143.
Heeft hij haar misschien seksueel misbruikt? Zie ook p.167: “Maybelle kwam uit de badkamer. Ze had een handdoek om…. Maybelles handdoek lag op de vloer.”
Of is al deze broeierigheid de reden dat hij eens stevig -en voor het eerst in vijf jaar- de bloemetjes buiten wil zetten?
Hij gaat met zijn pleegvader, oom Lau. En Maybelle wil ook mee naar Vastelaovend.
Heeft Ralf te grote verwachtingen gewekt bij dit meisje van elf? Verwachtingen die hij bij haar moeder toen die even oud was, heeft verstoord?
Ralf heeft Sara verlaten toen zij elf was. Zal hij nu ook Maybelle verlaten nu ze elf is? Wegvluchtend in Vastelaovend in de armen van Sunny?
Wat zegt dit verhaal hierover?

Wat is de rol van Sara. Ze maakt een wat verslagen indruk. p.111: “En ze zei: Ik kan niet meer”.
En dan hoort Ralf nu: Ein jaor, van Cristel en Bart (http://www.youtube.com/watch?v=WAr2kSi_hCcm ) met de tekst
“Want euver ein jaor, staon we weer heej,
Ein jaor allein, jao det kin vleege,
T is zoe veurbeej, veur weej os misse,
Zien weej weer bejein”.

Na de overkant, lonkt voor de veerman alweer de andere oever. Heen en weer: ‘T is zoe veurbeej, veur weej os misse, Zien weej weer bejein.

Het lijkt dat de spreeuwen ook een band vormen met Maybelle en Sunny. Met broeierigheid dus eigenlijk.
Als je iemand mist, ben je nooit alleen. P.110 tegen Maybelle, kijkend naar de sturnus vulgaris: “Jij bent nooit alleen. Hier ben je nooit alleen”.
Het lijkt een stevige seksuele lading te hebben op p.128. Met Maybelle, met het meisje bij het putje, met Sunny: “Sturnus vulgaris, een slappe als-ie klaar is”.
Sara, Maybelle en Sunny.  Met alledrie heeft hij een lichamelijke, seksueel geladen relatie. Waarin komen ze overeen en waarin verschillen ze van elkaar?

loutering
Zou het kunnen zijn dat deze Vastelaovend ook een soort purgatorium is, een louteringsberg, om de (bijna-) zonden die Ralf bedreef met Maybelle teniet te doen en om terug te keren naar zijn nest en het niet te verlaten. Om de draad weer op ter pakken en zich niet meer aan het vlees te vergrijpen. Carne vale.  Net op tijd.

vader
Vader van Ralf was schipper op DE VANDAAG p.26. Dat mag in de literatuur betekenen dat hij ook in het heden een flinke rol speelt.
Op p. 139 belt Ralf naar zijn vader en zegt: “Pa, met mij. Pa ik heb hem. Ik heb hem plat liggen. Nu was ik het die proost kon zeggen, pa. Ik heb hem!” Wat bedoelt hij hier?
Deze Vastelaovend is hij niet met iemand naar bed geweest, maar is hij vader geworden. P.168. Bedoelt hij dat hij ook van Maybelle vader is geworden en dat hij niet meer als een mogelijke minnaar haar wankele evenwicht zal verstoren?
Wat is verder de rol van de vader? Het vaderschap? P.36: “Alles is daar begonnen. Wat ik ook aan hem zag: hij was alleen. En ik dacht: dat nooit.”

drank
Is het motto van deze roman In vino veritas? Je kunt je afvragen of overmatig drankgebruik wel een goede basis om beslissingen te nemen? Is Ralf niet veel te dronken om Sara oprecht te missen? Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan? Zijn het geen alcoholtranen die hij stort wanneer hij breekt? Of is hij wel te vertrouwen? Hoe komt het dat we toch geneigd zijn om Ralf het voordeel van de twijfel te geven?
Kortom, is Ralf  ‘aan de overkant van de nacht’ echt thuisgekomen?

En dan om echt in de stemming te komen: Vastelaovend leedjes oet Venlo

GANK NOW NAO HOES
Een prachtig leedje, alleen het meisje dat het zingt moet nog wat ouder worden, dan krijgen we samen tranen op de wangen. http://www.youtube.com/watch?v=650yjQeE5bg

Refrein:
Gank now naor hoës en staon dao neet te kiëke,
asof dae lange sliert van boereblauw nog kump.
Ut is gedaon, dich mos neet laote bliëke,
det dich ut ind van vastelaovend zoë ontstump.

Ik veul heite traone op mien wange,
of kump dat van de kalde wind.
Dreej daag heel de joeks mich heej gevange,
dreej daag veulde ik mich wie ein kind.

Alle rame in de stad die zien al duuster,
alle lampe in de stad die ziën al oët.
En ik veul mich zoë verlaore en verlaote,
en mien träötje bluus zien allerletste toët.

Dreej daag ware al die minse heej mien vrinde,
maar det is now weer veurbeej, det is neet fijn.
Kôs ut morge nog ein bietje vastelaovend zien,
dan veulde ik mich neet zoë gans allein.

http://www.youtube.com/watch?v=55I5Bh1KeSI&feature=related
p.13: http://www.youtube.com/watch?v=evsPgiMKJug
p.13: http://www.youtube.com/watch?v=eu5xfNOHhcE
p.17: http://www.youtube.com/watch?v=O_co0YwjygQ
p.18: http://www.youtube.com/watch?v=f3LITB2w7H0
p.23: http://www.youtube.com/watch?v=Op5mzSOPkZo
p.32: http://www.youtube.com/watch?v=ze7c0nOPlsM

En om een idee van een Joekskapel te krijgen deze zeer authentieke beelden: http://www.youtube.com/watch?v=246ucDVmN-Q

Dit is De Keulse Kar in Venlo waar Ralf en Sunny steeds hitsiger worden: http://www.dekeulsekar.com/.

Vastelaovend in De Keulse Kar

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: