Arjen Lubach – magnus

Koop magnus hier.

Ogenschijnlijk is dit een liefdesverhaal. Een liefdesverhaal dat ons op onverwachte plekken brengt. Een jongen, Merlijn Kaiser, is verlaten door zijn vriendin Caro waardoor hij als verlamd achterblijft in Amsterdam. Hij komt pas in beweging als hij te horen krijgt dat iemand op zijn creditcard bedragen uitgeeft, in Zweden. Hij wil weten wie dat is en gaat in Zweden op zoek naar de dief. Daar gebeurt van alles wat je wel aan het lezen houdt. Het plot trekt je er vaardig doorheen.

Ogenschijnlijk is het dus een gewoon verhaal met een aparte plot, maar Arjen Lubach, zijn redacteur, uitgever en tevens zijn vriendin, familie en vrienden zullen versteld staan van wat die dekselse Lezersvriend er nu weer uit heeft gehaald aan diepere motieven en onontkoombare interpretaties.

Ik doe een greep, verderop is meer te vinden.
Ten eerste is de indeling niet in hoofdstukken, maar in aktes, als in een toneelstuk. Nu is Merlijn ook een toneelschrijver met aanvankelijk een writersblock, dus dat kan allemaal best. Maar die toneelvorm zet ons natuurlijk ook op een spoor van het klassieke drama. En daarmee op de eenheid van tijd, plaats en handeling – de eis waaraan de klassieke tragedies (die doorgaans uit vijf bedrijven bestaan) moesten voldoen. Deze eenheid van plaats tijd en handeling wordt danig op de proef gesteld, maar ook weer niet.

Vooral met de tijd is veel aan de hand. Wanneer speelt welke gebeurtenis? De absences van Merlijn blijken soms een half jaar te duren. Met de ruimte hoeven we het ook niet al te nauw te nemen. Het maakt niet uit waar je je bevindt, thuis kan overal zijn. Zie het motto van Erwin Olaf: Je zit thuis op de bank en je verlangt naar huis. En als je kijkt naar wat de ‘handeling’ van het stuk is, zou je daar onder kunnen verstaan het vinden van Cecilia’s veilige haven. Een veilig thuis. In dit geval het (her)vinden van haar wederhelft, Caro. De cirkel is weer rond.

Ja, het is niet niks wat Lubach hier oproept. De Lezersvriend ging er vrijmoedig mee aan de gang en ziehier; een beetje leesclub kan er een lange avond mee door.

VOOR DE BOEKHANDEL EN BIBLIOTHEEK:
Klik op Barcode voor leestips magnus – Arjen Lubach voor de PDF met barcode.
Deze code kun je uitprinten op je eigen briefpapier en vervolgens in het betreffende boek vouwen.
Zo kunnen klanten met een smart phone al in de winkel of bibliotheek zien of deze titel iets is voor hun leesclub.
(App’s waarmee je zo’n QR-code kunt lezen zijn b.v. QuickMark of QRReader (iPhone), of google naar QR codes voor Android. )


Indeling
Motto
‘Soms ben ik in mijn eigen huis. Dan zit ik thuis, op mijn bank en dan denk ik: ik wil naar huis’. (Erwin Olaf)

Inhoud
AKTE 2
Pacific Parc (ontmoeting oude vrienden)
Haas (aanrijding – Je ziet het niet als je erop zit)
AKTE 2
Kamer 302 (kamer in Rival)
Immediate boarding (niet in het vliegtuig, maar in Cecilia’s leven: Welkom. OP het schip van haar leven (p.229))
Cecilia
Jezus-soldaat (lied op slotfeest cursus)
AKTE 3
Sirocco (de zeilboot waarop Merlijn en Caro in Friesland vakantie vierden p.222)
Ik ben normaal (bezweert Merlijn aan Cecilia, brief)
Bad (Genève)
Première

Perspectief
Ik-vorm
Maar die ‘ik’ is redelijk ‘alwetend’. Deze ‘ik’ vertelt het verhaal achteraf. Dat zie je b.v. op p.153. Daar gaat hij even over op de tweede persoon: “en dit weet je al. Vanaf hier weet je alles. Bijna alles.” Vertelt hij dit boek aan Cecilia? B.v. p.229: “We wisten nog niet dat we thuis zouden komen.”

Een toneelstuk in drie akten?
Klassieke indeling eenheid van plaats, tijd en handeling? (dan vijf bedrijven)

Personages
Merlijn Kaiser
Caro
Cecilia Rosenqvist
Magnus Rosenqvist
Walter
Frank Gerson
Krista

Wie maakt wat voor ontwikkeling door?
(En dankzij / ondanks / ten koste van wie?)
Merlijn wil de identiteit van zijn berover achterhalen. Dat lukt hem, maar waar brengt hem die kennis? Is de achtbaan van het omslag en van p. 201 misschien wel een mooie metafoor van zijn leven? Van zijn reis langs Amsterdam, Stockholm, Uppsala, Kopenhagen, Genève en weer terug in Amsterdam? Immers, hoe wild de achtbaan ook je heen en weer en omlaag en omhoog slingert, je komt altijd weer uit bij je instappunt.

Caro vlucht weg van Merlijn. Maar komt ook weer terug.
Wat voor ontwikkeling heeft zij doorgemaakt?
In hoeverre lijkt zij op Cecilia? En op het meisje op de laatste bladzijden dat Merlijn bijstaat bij zijn toeval.
Caro betekent dierbaar, kostbaar. Caecilia is de blinde heilige. Merlijn is de lamme.
De lamme leidt de blinde naar haar geliefde. Op dezelfde dag jarig: 16 februari (Jack Kerouac ook, de aartsvader van de Roadnovel)
Is Merlijn het meest geschikte personage om te zoeken naar de Heilige graal? En te vinden?

Is Caro Cecilia? P.288? En op p 314, een soort versmelting.
En op de laatste pagina een derde vrouw die Merlijn terzijde staat bij een aanval. Is dat een volgende Caro/Cecilia? Alle drie de vrouwen hebben een aanval meegemaakt en zijn daardoor voor altijd aan Merlijn gebonden.

Magnus
En Magnus. Waarom heet de roman Magnus en niet Merlijn? Of Caro?
Het viel me op dat magnus zonder hoofdletter op het omslag staat. Dat betekent dat de roman niet echt naar een naam genoemd is, maar naar een woord: groot. Groter dan wat wij, mensen, kunnen bevatten?
Op het omslag is een achtbaan zichtbaar. Die verwijst naar de eerste uitgave die Magnus deed in Zweden en ook naar p.201. De achtbaan die er van je leven kan worden.

Op p. 107 lijkt het wel alsof Magnus weloverwogen op weg is naar Merlijn.
“Deze dag mag er zijn”. Is zijn eerste zin. (van Cecilia is de zin ‘Een goede dag voor een orgasme’)
Op p.187 zegt hij iets raars. Cecilia vraagt: “Blijven jullie in de gang staan?” en Magnus zegt dan “Ik sluit niets uit”. Waaro zegt hij dat? Vermoedt hij al iets van Merlijns snode nieuwsgierigheid naar foto’s en andere bewijzen?
Merlijn noemt zich bij Magnus Walter. Magnus noemt zich bij Merlijn Merlijn Kaiser (p.200)! Beiden doen zich voor als iemand anders.
Magnus staat voor het leven? Het grote leven?

En wie is de man met de blote voeten? Waar staat hij voor? (p.207) Apostelen van Jezus worden meestal afgebeeld met blote voeten. Het staat symbool voor de navolging van Christus.

Tijd
De tijd maakt ook rare sprongen.
Eerst rijdt Caro met Merlijn in de trein langs het meer. Dan loopt Caro er beneden met kleine Cecilia langs. Daarna loopt Cecilia er met Merlijn.
Happen uit de tijd, epilepsie maakt ook dat hij delen van de tijd mist.
Merlijn denkt dat Caro een maand weg is. Dat blijkt een half jaar te zijn. Een half jaar in een maand (p.224). E en heel leven in een boek?
Vervolgens denkt hij dat Cecilia een maand hem heeft ontweken (p.261). Hoe lang was dit in werkelijkheid?

Merlijn, Jezus, de grote thuisbrengers?
In de Middeleeuwen leefden de legendarische Koning Arthur met zijn ridders van de Ronde Tafel en zijn raadgever Merlijn. En Merlijn was hun ‘ziener’. Hij beschikte over ervaringen en wijsheid die uit de toekomst kwamen.
Hier heet Merlijn, Kaiser. Dus zelfs aan de koning voorbij…
Het is dan wel grappig dat Merlijn vanuit de ‘toekomst’ in Genève met Cecilia naar zijn eigen verleden kijkt in de vorm van de trein waarin hij met Caro naar buiten, naar zichzelf en Cecila staart. P.292. Of dat hij vanuit het verleden naar het heden?
Dit alles maakt ons extra alert wanneer op p.24, als de eerste keer de naam Merlijn horen noemen, hij “Jezus, Merlijn” wordt genoemd. Welnu er zijn legio wicheroedewandelaars die een parallel leggen met Merlijn en Jezus. Merlijn en zijn ronde tafel waar één lege plek open bleef voor de verrader. En Jezus die aan tafel ook een verrader had zitten.
“Jezus, Merlijn, dat jij hier bent.” En dan op p.32: ‘Jezus’, riep Caro. ‘Noem me geen Jezus’, zei ik.
P.212 “Jezus, moet dat gelijk?”
Maar ook op p.218: “’ja, Jezus’ zei ik, wat wilde hij?”,
219 “’Christus’, zei ik” 220: “Jezus, wie schrijft zijn teksten?” Merlijn!

Merlijn is dus Jezus, geen speld tussen te krijgen. Toch?
Merlijn heeft zijn identiteit losgelaten. P.63 ‘toen ik nog Merlijn Kaiser was’. Hij noemt zich ook Walter t.o. Magnus. En Magnus noemt zich Kaiser met zijn creditcard.

En met Magnus. De grote. Met hem is nog meer aan de hand. Het leek wel alsof Magnus weloverwogen op weg is naar Merlijn. We herinneren ons de oude christelijke wijsheid: Wie naar Hem op zoek gaat, die heeft Hem al gevonden.

Er is ook iets aan de hand met de eerste ontmoeting. Die vindt plaats in restaurant Pelikan. Merlijn ziet hem door de draaideur binnenkomen.  Hij loopt op hem af alsof hij al uren op het af loopt. Wie zoekt nu wie?
En kijk maar: Pelikan heeft geen draaideur!
En waarom restaurant de Pelikaan? Die vogel staat vaak symbool voor de messias omdat de pelikaan, als er te weinig voedsel is, zijn eigen borstvlees lostrekt om aan zijn jongen te voeren. Het lichaam van Christus, maar dan in de vogelwereld. (Zie het omslag van De Joodse messias van Arnon Grunberg)

Je zou bijna zeggen dat Merlijn messiaanse trekjes van Magnus overneemt. Hij citeert hem zelfs op p. 227 over ‘toeval’. Toeval wordt overschat. Hoewel, hoe toevallig is het dat Merlijn op p. 242 de heer Gerson hemzelf aan de telefoon ziet hebben?
p.222 “Jezus Christus. Wacht even. Je bent hem zelf gaan opzoeken?”
Even tijd voor een plaatje: De bar in Pelikan.

“Toeval wordt overschat” zegt Magnus hier. Daar heeft hij een leuke theorie over. Is dat zo? Toeval bestaat-9 ook niet in de christelijke kijk op de wereld. En wat te denken van wat er op p.241 e.v. wordt uitgelegd? Dit is toch wel toeval in het kwadraat.
Maar iedere uitspraak over het verschijnsel toeval krijgt een dubbele betekenis als je die tegen een epilepticus doet.

Als je de laatste regels leest:
Slotzinnen, alles valt samen:
En toen begon het. Het was hier.
en in dat insult
in die afwezigheid
in dat niets
daar bevind ik me nu

Is dit nu waarin de epilepticus zich bevindt. Dit heftige nu van een aanval. Die ultieme eenheid van plaats, tijd en handeling? Is dat dit boek? Het boek dat hij opdraagt aan Cecilia?
Is dit boek een uitgebreidere versie van de brief op p.244 e.v.? “Dan schrijf ik een heel boek voor je. Alles om uit te leggen wat er gebeurd is.” Dan had het hele boek cursief gedrukt kunnen zijn. Dat verklaart misschien ook de perspectiefsprongen etc.

Terugkeren na een lange zoektocht en thuis vinden wat je eigenlijk zocht, doet me denken aan het einde van Paolo Coulho’s ‘De Alchimist’.

Hier draagt het dan nog een soort gevolg in zich. Op het laatst wordt Merlijn bijgestaan door een derde meisje. Het eerste meisje dat hem bijstond bij een aanval was Caro, de tweede Cecilia. Zal zijn zoektocht nu via weer een ander meisje gaan? Want die aanvallen blijken toch ervaringen te zijn die hem binden aan zijn geliefden.

De grote vraag blijft natuurlijk, wat moeten we met al deze verwijzingen??
Wat is de taak van Merlijn en Magnus in de wereld? Wat is de moraal van hun verhaal?
Is thuis de plek waar je je bevindt? Waar je ook bent? Zelfs in je eigen huis? Hoef je niet te reizen om je onrust te bezweren?

Pretpark
De eerste betaling van Magnus was in het pretpark in Stockholm. Wat deed hij daar? Met wie was hij daar? Met Cecilia?
En ook heeft hij veel geld uitgegeven: €1.650,–. Terwijl je voor omgerekend €43,15 een ‘Goldcard’  hebt, een Guldkortet, dan kun je de hele zomer in alle attracties! Met een creditcard van iemand anders in m’n zak zou ik keihard voor de Guldkortet gaan!

Onhandig
Er zijn scènes waar Merlijn en anderen zich onhandig gedragen. Wat vind jij van dat gedrag? Denk dan aan de scène tussen Merlijn en Walter. (ik vroeg me toen ook af; heeft Merlijn eigenlijk goede vrienden? Ze weten na een half jaar niet eens dat zijn vriendin hem verlaten heeft.)
Uiterst onhandig vond ik de manier waarop Merlijn op p.200 Cecilia inlicht over haar vader. En jij?
En hoe ze ‘betrapt’ worden in de kast op p.281. Wat is er makkelijker voor Cecilia om te laten zien wat er in de kast met balpen geschreven staat. Waarom doet ze dat niet? Wat is er met die mensen?
Of is het een truc om een unheimliche sfeer te maken?

Vragen, vragen, maar daar gaat het om als je het over een boek hebt.

Materiaal
Interview met Arjen Lubach in Kunststof

P.63
Songtekst: Daryll-Ann – “Summerdaze

The sky and the sea, girl my burning desire
Been tryin’ to leave this town for such a long time
Since you are gone
The boats in the harbor, the stars in the night been longing for the beach
for such a long time
Long time gone
And the music’s over, still the drums are playing loud
This is the place I’d like to settle down
Where the wind meets his mary over by the shoreline
All day long
This should be my world, my only one
Been tryin’ to leave this town for such a long time
Since you are gone
And the music’s over, still the drums are playing loud
I believe morningrain will hit you in the mind
Still I feel to cool my senses time and time again
And the music’s over, still the drums are playing loud
I believe morningrain will hit you in the mind
Still I feel to cool my senses time and time again
I believe morningrain will hit you in the mind
Still I feel to cool my senses time and time again…
En ‘Belle & Sebastian‘ zongen Merlijn de zomer door in Uppsala (p.178):

Summer in winter
Winter in springtime
You heard the birds sing
Everything will be fine
I spent the summer wasting
The time was passed so easily
But if the summer’s wasted
How come that I could feel so free
I spent the summer wasting
The sky was blue beyond compare
A photograph of myself
Is all I have to show for
Seven weeks of river walkways
Seven weeks of staying up all night
I spent the summer wasting
The time was passed so pleasantly
Say cheerio to books now
The only things I’ll read are faces
1 Spent the summer wasting
Under a canopy of
Seven weeks of reading papers
Seven weeks of river walkways
Seven weeks of feeling guilty
Seven weeks of staying up all night
Summer in winter
Winter is springtime
You heard the bird say
Everything will be fine

En natuurlijk mag het liedje over Cecilia van Cornelis Vreeswijk niet ontbreken:

Nederlandse tekst.
Een eiland bij avond
De maan schijnt als glas
En ergens muziek
Een fluit en een bas
De oude heer Frederik danst met een kind
De kleine bedeesde Cecilia Lind
Zij danst met haar wimpers gesloten, geniet
De druk van zijn armen
Romantisch het lied
Verwarmt ook haar zinnen
En zacht is de wind
Zij bloost in het donker, Cecilia Lind
En wat zegt heer Frederik
Vijftig jaar oud
We zijn op een eiland
Het water is zout
Maar zoet is het land
Als een man je bemint
Daar moet je op wachten, Cecilia Lind
Het feest is voorbij
En waar zullen ze gaan
Ze blijft voor zijn huis
Maar een ogenblik staan
Maar denkt dan meteen
Wie niet waagt die niet wint
Ach geef me een kus vraagt Cecilia Lind
Pas op zegt heer Frederik
Weet wat je zegt
Je bent nog zo jong
En dit noemen ze slecht
Ik ben al zo oud en jij nog een kind
Maar ik word gauw 16 zegt Cecilia Lind
De sterren verbleken
De ochtend wordt licht
Hij is voor de gloed van haar liefde gezwicht
Hij is wel te oud maar de liefde is blind
O kus mij voor het laatst zegt Cecilia Lind
Dit is bij een paviljoen op het eiland Öckerö. Waar is dat?

Voor de volgende druk:
p.11: Even kijken naar hoe de wolken gaan: Het regende onder het zolderdak waaronder ik had geslapen. Toen brak de lucht open en dreven de wolken… naar de keuken waar ik zat. Gaat het nu weer regenen?
p.13: “De andere kant van het millennium” dat is toch echt ca. 2950. Volgens mij bedoelt de schrijver “Het eind van het vorige millennium”. Ik tel in dit boek overigens 9 keer het woord millennium. Misschien zijn er meer, maar ik vind 9 al veel.
Ook moet de schrijver het eens worden over met hoeveel meisjes Merlijn naar Florence in gegaan: veertig (p.13) of veertien (p.17 en 20)
p.30: ‘aan de draadjes die ze in me hadden gestoken’.
p.132: ‘Als je een land wil leren kennen, dan kan dat het beste via mensen.
p.216: Raderboot.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: