Esther Gerritsen – Superduif

Esther Gerritsen – Superduif
Om met een leesclub over Superduif een hele avond door te praten lijkt me lastig. Maar misschien lees ik over allerlei interessante thema’s heen.
Bonnie Mol, de hoofdpersoon van dit boek, is een meisje dat van de achtste groep naar de brugklas gaat en zo opgaat in haar reddersfantasieën, dat die haar uiteindelijk bij een psychiatrische hulpverlener brengen.
Haar twee klasgenootjes Ine en Manuel ondersteunen en bevestigen haar in haar fantasie, haar ouders proberen haar ervan af te brengen. De ik-vorm laat aan de lezer weinig ruimte om eens over de grens van het personage Bonnie heen te kijken. We zitten dus samen met haar opgesloten in haar door magische denken opgebouwde wereld.
Ik geef hieronder wat dingen de me zijn opgevallen. Maar ik zie vast van alles over het hoofd. Laat het me weten, zodat Superduif toch een topavond kan opleveren.

VOOR DE BOEKHANDEL EN BIBLIOTHEEK:
Klik op Barcode voor leestips Superduif – Esther Gerritsen voor de PDF met barcode.
Deze code kun je uitprinten op je eigen briefpapier en vervolgens in het betreffende boek vouwen.
Zo kunnen klanten met een smart phone al in de winkel of bibliotheek zien of deze titel iets is voor hun leesclub.
(App’s waarmee je zo’n QR-code kunt lezen zijn b.v. QuickMark of QRReader (iPhone), of google naar QR codes voor Android.)

Flaptekst
Ik was een duif. Een grote, lelijke duif. Dit was niet de held die ik wezen wou.
Bonnie weet al op heel jonge leeftijd dat ze voorbestemd is om uit te stijgen boven de middelmaat. Op haar elfde springt ze over een tuinhekje, en een aantal seconden blijft ze zweven. Niet veel later ziet ze hoe haar lichaam transformeert tot een gigantische, oerlelijke duif. Ze beseft dat ze nu behoort tot het schaarse gezelschap helden dat onheil kan afwenden en mensen kan behoeden voor ongelukken.

Personages
Bonnie Mol, Haarlem
Moeder Bondina Mol, literair vertaalster
Vader Laurens Mol, literair vertaler
Ine Stratemeyer (komt uit Amsterdam)
Manuel
Sjoerd Stratemeyer

Perspectief
Ik-vorm. Hoe werkt deze vorm? Ga je Bonnie daardoor sneller geloven?

Thema’s en stellingen
– Is Superduif een kinderboek? Waarom wel en waarom niet?
– Bonnie gaat gebukt onder een verantwoordelijkheidsgevoel dat groter is dan zij kan dragen. (p.105) Zij voelt zich aansprakelijk voor de dood van Sjoerd, de boer van Ine. Ze leest de meest vreselijke boeken over de tweede wereldoorlog. Zij spaart zichzelf niet.
Het gelukkigste moment van haar leven (wanneer zij aan een column schrijft) veroorzaakt een dodelijk ongeluk (Sjoerd komt onder een auto), volgens het wereldbeeld van Bonnie. Probeer dan nog maar een leuk leven op te bouwen.
Je kan dan een hele filosofische theorie op dit verantwoordelijkheidsbesef leggen, maar ik vrees dat het verhaal daaronder bezwijkt. Met Spinoza en Sartre kun je omtrent dit thema een lange avond vullen, alleen weet ik niet of je na afloop nog het idee overhoudt dat je het over Superduif hebt gehad. Of is Superduif juist heel geschikt om dit grote thema aan te snijden?

– Deze verantwoordelijkheid krijgt op p. 105 ook een metafysische of zo je wilt een godsdienstige lading. Bonnie krijgt het idee dat zij door bepaalde machten ‘getest’ wordt, en niet geschikt bevonden’. Er is dan ook nog een hogere macht die haar oordeelt over de mate waarin zij haar verantwoordelijkheid heeft genomen.
Wat is deze hogere macht? Komt die nog een beetje uit de verf? Of is het niet anders dan het magische denken dat bij kinderen een heel normaal verschijnsel is?

– Hoe verhoudt zich dit magische denken  tot het ontwakend besef op p.107 dat er gebeurtenissen zijn die toch moeten gebeuren. Je moet ze laten gebeuren, anders niet. Dat is een verstandige conclusie na al je geworstel met je eigen rol in allerlei rampspoed. Maar deze verstandige conclusie krijgt een andere klank  temidden van de obsessie van Bonnie voor de tweede wereldoorlog. Hoe zit dat met de verhalen die Bonnie over WOII leest? Moesten die dan ook gebeuren? Ben je wel verantwoordelijk voor een hond die aangereden wordt, maar niet voor een oorlog? Wat zou de schrijver bedoelen met het naast elkaar zetten van deze twee grootheden?

– In hoeverre is het gekozen perspectief, de ik-vorm, behulpzaam bij deze vragen? Krijg je genoeg over Bonnie te weten? Weet je wat er met haar aan de hand is?

– Deze ‘coming of age’-geschiedenis draait uit op een ontmoeting met een psychiater/psycholoog. Daardoor wordt het een ziekte-geschiedenis. Vind je dat dat het verhaal beter maakt? Of had je het sterker gevonden als Bonnie een heel normaal kind was gebleken?

Moraal van het verhaal?
– Trek je niet alle ellende van de wereld persoonlijk aan, want dan word je gek.
– magisch denken van Bonnie en andere 12-jarigen is heel normaal. Alleen hebben de ouders het bij Bonnie verkeerd aangepakt.

Losse vragen
– Waarom zou Sjoerd in de bijkeuken opgebaard liggen?
– Waarom vindt Bonnie het zo vreselijk in wat toch eigenlijk een duivenparadijs is op p.103 met de smerigheid die mensen achterlaten. Boterhammen, bij voorbeeld.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: