Jan Siebelink – Het lichaam van Clara

Jan Siebelink – Het lichaam van Clara
Laat dit een waarschuwing zijn: Het lichaam van Sara lijkt niet op Knielen op een bed violen! Het lichaam van Clara is een verhaal van ultieme vereenzaming maar ook een roman over schrijverschap en het scheppen van een personage.  En dit alles verbonden met een religieuze lijdensthematiek. Of is het toch een ziektegeschiedenis?
Het lichaam van Clara is een labyrint van verwijzingen die voor de leesclub een mooie aanleiding biedt om een avondlang te praten over de zin/onzin van lijden. Om het  eens te hebben over dat andere Lichaam van C… Wat betekenen lijden en sterven in de christelijke zin vergeleken met het lijden en sterven van Clara? En wat betekent het dat de schrijver als god wordt neergezet? Wat betekent dat voor zijn schepping? In al deze verwijzingen kun je je heerlijk verliezen.
En waarom leest Clara zo nadrukkelijk het boek van Maurice Gilliams, Elias of het gevecht van de nachtegalen? Wat draagt dit boek bij tot het begrip van Clara’s levensloop?
Ook kun je hier even luisteren naar een van de études van Liszt waarmee vader Hofstede zijn vrouw het huis uit jaagt.
En hoe onderga je als enig kind het slechte huwelijk van je ouders? Is Clara echt het slachtoffer van haar claimende moeder en haar gefrustreerde vader? Er zijn toch talloze kinderen die zo’n situatie wel ongeschonden doorkomen?
En Clara is wel een eigenzinnig portret. Zij bemint schaamteloos zonder dat zij iets voelt voor haar minnaars. Zij foezelt onder de ogen van haar echtgenoot; het is sterker dan zij zelf. Kun je de mislukkingen en traumatische gebeurtenissen in Clara’s latere leven als een straf zien op haar seksuele onmatigheid?
Wat doet zij met haar lichaam? Zij ‘deelt’ het met velen maar zonder dat dat tot vreugde en verlichting leidt bij hen die erin delen. Vergelijk dat maar eens met het lichaam van Christus!
Maar het is ook zeer aan te bevelen om naar Den Haag te gaan en te wandelen langs het huis van Clara in de Buys Ballotstraat 99. De deur achter het éénrichtingsverkeersbord is de deur van Clara. En wandel dat ook naar  boekhandel Hoogstraten op Noordeinde 98 en naar restaurant ’t Goude Hooft op de Groenmarkt. Het bestaat allemaal echt. Alleen haar “vaste plaats rechts van de draaideur, in een nis waar slechts één tafel stond met vier stoelen”, die nis is er niet meer heb ik me laten vertellen.

VOOR DE BOEKHANDEL EN BIBLIOTHEEK:
Klik op Barcode voor leestips Het lichaam van Clara – Jan Siebelink voor de PDF met barcode.
Deze code kun je uitprinten op je eigen briefpapier en vervolgens in het betreffende boek vouwen.
Zo kunnen klanten met een smart phone al in de winkel of bibliotheek zien of deze titel iets is voor hun leesclub.
(App’s waarmee je zo’n QR-code kunt lezen zijn b.v. QuickMark of QRReader (iPhone), of google naar QR codes voor Android.) .

Flaptekst
Clara Hofstede is enig kind en probeert haar ouders bij elkaar te houden. Hierdoor is ze geheel op zichzelf aangewezen en beleeft ze maar nauwelijks haar kindertijd. Hoe vergaat het deze vrouw nu ze terugkijkt op haar leven? In een sobere en transparante stijl schrijft Jan Siebelink over liefde, lijden en loyaliteit.

Personages
Oscar Sprenger
Clara Hofstede
Vader Hofstede
Moeder Bertie Hofstede
Arie en Annet Hooykaas
Wim Zeewüster
Buurvrouw Jeanne
Jonathan Smeets (eerste vriendje)
Leraar Habich

Indeling
– Het boek is Opgedragen aan Elise, heldin van mijn volgende roman
(en na lezing van Het lichaam van Clara heb ik nu al te doen met Elise!)
– De tweede opdracht luidt Qui parlent de bonheur ont souvent les yeux tristes. Van Louis Aragon.
– Bladzijde cursief. In de eerste persoon geschreven door iemand die haar al van jongsaf kent: Ik voel me dichter bij haar dan bij mezelf.
– Proloog. Geschreven in de derde persoon.
– Een. P.19 t/m 87 (17 hoofdstukken)
– Twee. Eerst een bladzijde cursief in de ik-vorm. P.93 – 270 (53 hoofdstukken)
– Drie. Eerst een bladzijde cursief. P.275 – 334 (22 hoofdstukken)
– Slotopdracht L’absence est le plus grand de tous les maux. Van Jean de la Fontaine.

Perspectief
In deze roman wisselen de perspectieven elkaar vaak af. De cursieve bladzijden zijn in de eerste persoon geschreven. Maar ook staan er gedeelten in de tweede persoon. P.61 “Waarom stel je je toch zo’n zware opgave, Clara?”  En op p.79 “Je bezwoer jezelf … heel gewoon, stapte je de overvolle winkel binnen”.
p.108: “Clara, herinner jij je zwemlessen in het Zuiderbad aan de Mauritskade nog? …Op het moment dat je wilde springen.”
p.219: “Maar je moest toch ook overal achteraan zitten? Je kon toch niets aan een ander overlaten?”
p.285: “O Clara, ga naar huis… voetstappen denkt te horen.”
Wie zegt dit? Clara? Waarom spreekt ze zichzelf toe?

Eerste persoon: p.170-172: “ik ben lucide. … Ik kon niet ophouden”.
p.267: “Er is een misverstand gaande. Ik zie hem zo … Ik wacht hier maar. En hij…”.
p.273:

Uitroepen als “Kijk dan toch!” p.236 Wie zegt dit? “Zag je dat, in zijn ogen? Die blik?” p.239. Waarom is dat, beste lezer??
Wat dragen al deze perspectiefwisselingen bij aan het verhaal? Wat zeggen zij de lezer?

Elias of het gevecht met de nachtegalen – (1930-1935) Maurice Gilliams
Dit boek van Gilliams speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Vlak voordat Clara zichzelf gaat snijden, leest zij hardop een passage er uit. Uit dit boek spreekt een grote eenzaamheid en de hoofdpersoon, Elias, prikt zichzelf met een naald tot bloedens toe.
“Want er woont iemand in mij, die er ook uit weg zou kunnen wandelen indien ik maar sterk genoeg was om hem te gebieden.”
“wie ben ik, wát is eigenlijk = ik ?? Vraag ik mij af, zonder de ogen te openen. Ik probeer dwaas op die vragen antwoord te krijgen en prik met een der naalden van tante Henriette in mijn huid: een dropje bloed schijnt op mijn vragende onrust antwoord te geven; doch het is in de eerste plaats een prikkel van wellust, waar ik oneindig van geniet.”
Je zou het boek van Siebelink met dezelfde woorden kunnen eindigen als waarmee het boek van Gilliams eindigt; “waarom het zo droef, zo onrechtvaardig moet zijn?”
In het tweede deel pleegt Elias zelfmoord.

Eline Vere – (1889) Louis Couperus
Een roman die over een nerveus meisje uit de negentiende eeuw gaat. Ze verveelt zich gruwelijk, kan het geluk niet vinden, noch in reizen, noch in mannen en heeft sombere gedachten. Zij overlijdt aan een overdosis slaapdruppels.
Hier, op de Surinamestraat 20 werd Eline Vere ‘geboren’.

Thema “scheuren” (p.290)
Woorden die een deling in twee helften aanduiden zijn talloos. Een greep: “Barsten” (p.290), “spleet” (p.292) “gesplitst” (p.205) gekoppeld aan het thema snijden, krassen, bijten. Je eet het lichaam van Clara (p.293, 131).
En die thema’s komen samen op p. 202: ‘de huid spleet van pols tot elleboog’. ‘witte kloof’ (p.202)
‘donkere spleet in het kroos (p.203), “De Melkweg was een diepe scheur, waaruit bleekwit licht viel”. “barst” (p.199). Kortom: Clara is in tweeën gescheurd?
Snijden 1 thuis met mes aan tafel (p.45). Vergelijk deze scène met p.290 ”Clara klemde haar vingers om de dunne tafelrand tot ze wit zagen, tot ze pijn deden en ten slotte gevoelloos werden” met p.45.  Dat is toch dezelfde scène maar op p.45 gaat zij toch iets verder.
Snijden 2 thuis tijdens begrafenis vriendje (p.134) “voor het eerst in haar leven was er tussen de wereld en haar die spiegel waarin de scènes al getoond werden nog voordat zij ze zelf had meegemaakt en waargenomen. Iemand van binnenuit zag, hoorde, voelde pijn, leed voor haar.” Ze pakte Elias, of het gevecht met de nachtegalen, las een korte passage hardop. P.136: “En ik ben alleen. Helemaal alleen.”
Snijden 3 in het park: p.202 “Clara zag toe en de Ander lag in het gras” (p.200).
Snijden 4 in ’t Goude Hooft met de scherven van haar zakspiegeltje (p.268).
Snijden 5 thuis op p.329 met het schaartje in haar hals. Hetzelfde schaartje als waarmee zij de roman aan snippers geknipt had.
Op p.324 buigt een therapeut zich over Clara’s bidden en snijden, en conludeert: “niets-zijn is jouw ideaal.” Snijdt deze analyse hout? Verheldert dit iets voor de lezer?

Thema dwangneurosen.
Het tikken met de vingers, het vegen van de stoep, het bidden in zuiverheid (of zuiverhuid op p.324 is dit een drukfout of een samenvatting van het hele verhaal?).

Thema lippen.
B.v. op p.186. Maar in het hele boek worden lippen langs elkaar gewreven, samengeknepen. Zet ze maar eens achter elkaar. Waarom is dit een thema? Is dit ook een splitsing? Een ‘scheur’ waardoorheen de woorden te voorschijn komen. En woorden zijn de bron van allerlei fatale dubbelzinnigheden. Maar ook van prachtige verhalen.

Thema God – schrijver, ofwel thema mussen en dakranden
Bekend in dit verband is de uitspraak van de schrijver W. F. Hermans dat in zijn visie in een roman nog geen mus van het dak mag vallen zonder dat het gevolgen heeft. Bekijk de ‘mussen’ in deze roman en wat voor gevolgen hebben die op het verhaal.
In het lichaam van Clara wordt de eis dat iedere vallende mus gevolgen moet hebben voor het verhaal als een eis van God gezien. God is een schrijver en heerser van zijn universum = boek. P.141 “Geloofde ze in God? … en als hij vrolijk tsjilpend op de dakrand bleef, was het ook Zijn wil.” Dat heeft ook alles met haar tikken/bidden te maken. Schijnbaar onbelangrijke handelingen die grote gevolgen kunnen hebben: op p.107 “Zo’n gedrag zou haar door God zeer kwalijk genomen worden. Ze was al schuldig en ging zichzelf straffen.”
“Clara geloofde. Ja, het was ook Gods wil als de mus niet van het dak viel en op de dakrand bleef zitten tsjilpen.” (p.294)

Expliciet religieuze lading krijgt het snijden op p. 141: “Het snijden en kerven zelf had ook alles met religie te maken.”
Maar ook een andere neurose, het bidden: p.107 Als zij niet op een goede manier bidt, dan zal zij gestraft worden door God.
“Clara moest betalen. Ze had in haar leven iets niet goed gedaan en eiste van zichzelf dat ze boete deed” (282).

De angst voor de leegte als je als personage ‘doodgaat’ p.102 “Ze was bang voor de wereld na de dood. Niet vanwege een eventueel oordeel. Misschien was ze bang voor de andere doden. Ze hadden geen lichaam meer. Konden zien noch horen. Er was ruimte noch tijd. Alle doden waren dus afwezig. …  Je was in het hiernamaals alleen. Voor eeuwig alleen.”
Dat hiernamaals, wat is dat? Is dat het leven van een romanpersonage als het boek uit is? Want ze is bang voor de wereld na de dood. Omdat je geen lichaam meer hebt. En wat moet Clara zonder lichaam? Zelfs Jezus wilde er niet aan.

Eenzaamheid: “Het eenzame kleefde aan haar als aan de leverleider de gele gelaatstint”. P.247
“Clara geloofde dat zij zichzelf had bedacht, dat het niet waar was dat zij bestond”. P.249
Als je jezelf geschapen, bedacht hebt, dan veroorzaakt dat grote eenzaamheid. Normaal worden wij geschapen door de anderen. Dat probleem heeft God natuurlijk ook: p.331 “God, is dat misschien de eenzaamheid van de mens?”. Het niets? De afwezigheid? Maar dan is God het grootste kwaad, volgens de la Fontaine op de laatste bladzijde…

Of leidt de wederopstanding in dit lijdensverhaal tot een roman? Tot deze roman? Clara sterft om als personage te herrijzen?
En is er meer voor te zeggen om de weg van Clara te vergelijken met die van Christus? ‘Het lichaam van Christus’ is niet alleen de hostie die tijdens kerkdienst of viering gegeten wordt, maar staat ook voor de gehele gemeenschap van gelovigen. Voor de kring buiten de figuur Jezus. ‘Het lichaam van Clara’ straalt wat meer eenzaamheid uit. Heeft nauwelijks een kring buiten zich, sterker nog, zij eet zichzelf.
En bij Jezus riepen de anderen -buiten Hem- luidkeels ‘kruisig Hem!’ Bij Clara roept de Ander -in haar zelf- ‘vernietig haar!’.
Clara ondergaat een allerindividueelste kruisgang door haarzelf en van binnenuit in gang gezet, de eenzaamheid tot gevolg.
Jezus kruisgang is een weg die door velen in gang gezet is en door velen betreurd wordt, een wereldgodsdienst tot gevolg.

Thema liefde
p.71 Het ultieme doel: beminnen en bemind worden. Al voordat ze haar kind was kwijtgeraakt.
Is uit het verhaal helder dat dit inderdaad het utlieme doel van Clara is? Of rijst, door de redeloze onverzadigbaarheid van haar lichaam, alleen maar een groteske vorm van eigenliefde op? Clara’s ultieme doel is daardoor ‘mezelf beminnen en door mezelf bemind worden’… waardoor je je kind kwijt raakt?

Thema moeder en dochter
Wat voor relatie hadden Clara en haar moeder?
Kun je die vergelijken met die van Clara en Aukje?
De verdwijning van Aukje. Is dat een straf voor haar bandeloosheid? Niet alleen van die avond ervoor, maar ook van haar dubbelleven op de middelbare school?
“Ik blijf als je het met die jongen uitmaakt”.p.127.
Is de manier waarop Clara haar dochter verwacht een gezonde? P.223: Ik heb de baby… O, Onuitsprekelijke. O, volstrekt Andere. O, God”.

Thema vader en dochter
Wat voor relatie hadden Clara en haar vader?
Op p.149 wordt een spiegelscène beschreven. De vader wacht op iemand. Op wie? Net zoals Clara wacht op Oscar.
En beiden spelen goed piano: Op p.231 speelt Clara 4e deel van Messiaen Visions de l’Amen. Niet echt een meedeiner, maar toch.

Thema vinden en zoeken: p.257 en het citaat op p.83 “De lezer haalt er de droom uit waarnaar ik (de schrijver) op zoek was”. En p. 249: ‘geloofde dat zij zichzelf had bedacht’.
Zie ook p. 67: Clara leest de roman van Oscar, herkent zichzelf en “Ze werd van vuur, werd een lichaam, opgetrokken uit vlammen”. En p. 55 “Ik (de schrijver) ben hier omdat jij Clara bent”.
P.137: “We zijn samen. We? Wie? Ja, ik ben Clara en iemand in me snijdt, beschadigt”.
P.279: “Ik geloof dat ik alles heb bedacht. Is er in Den Haag een Surinamestraat? Heb ik ouders gehad? Ben ik wel in Venezuela geweest?” “Is Clara een vrouw die zich steeds weer verliest in dezelfde droom?”

Stellingen
Wat wil deze roman de lezer vertellen? Hoe ziet die droom eruit die de lezer eruit moet halen en waarnaar de schrijver op zoek was?
– Gaat het in al deze verhalen en delen van verhalen over “de liefde, de catastrofe van de liefde. Die is onmogelijk, verboden, hysterisch of helemaal afwezig”? (p.253)
– Of gaat het over de onmogelijkheid of zinloosheid om fictie te doorgronden? “Ik had het tevoren kunnen weten. Ik zou vinden wat ik daar zocht. Wat ik zocht was onvindbaar”. (P.257) Zoals wanneer je met je leesclub deze roman bespreekt: Je vindt wat je zoekt, maar wat je zoekt is onvindbaar. Ik ben Clara (273). Maar wie is Clara? Ik ben hier omdat jij Clara bent. Is dit boek een slang die in zijn eigen staart bijt?
– Gaat dit boek over een vrouw die haar dromen altijd op schrift had willen stellen. Dat zij in die dromen daar zelfs een schrijver voor bedacht, Oscar? En dat die dromen haar uiteindelijk verteerd hebben?
– De schrijver is al gelijkgesteld met God –zie de vergelijking met de mus die van het dak valt- dus kun je op p.294 invullen: “Toch geloofde ze. De schrijver was zo groot dat je niet behoefde te bewijzen dat Hij bestond. De schrijver was tegelijk zo klein en nederig dat Hij zich het liever schuilhield in Zijn schepping en zich vertoonde in een mus op de dakrand.”
– Is het hele Venezuela verhaal niet ook een van haar vele dromen waarin zij verstrikt is geraakt? Inclusief het verhaal rond Aukje? Of is het toch gebeurd? Maar in wiens leven dan? Is deze roman slechts een tragisch pleidooi voor de fictie?

Wegjaagmuziek:
Beluister hier maar de vijfde grande étude van Liszt (zeer moeilijke muziek, die meneer Hofstede kon er wel wat van!) En vergelijk die met de Suite bergamasque van Debussy (P.178 en 179).

Gerhard Richters schilderij Betty op p.55 maar lijkt zij op een vrouw van 40?

Deze bloemen heeft Clara in de tuin

Even flauw:
Doe voor (p.77) “Zeven lange tikken. Dan zeven korte, snelle. Drie korte en vier snelle en omgekeerd”. Laat duidelijk het verschil horen tussen drie korte en drie snelle!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: