P.F. Thomése – De Weldoener

Flaptekst:
Man redt meisje van de dood en besluit haar voor zichzelf te houden.
Een liefdesroman.

De weldoener is een roman om lang over door te praten.
Thema’s als de dood, de liefde, de kunst, ouderdom, worden in fraaie beelden en symboliek vervlochten.
Een boek dat ook veel vragen oproept van praktische aard. De weldoener lijkt een sleutelroman te zijn. Opgedragen aan Louis Ferron zoals op een van de eerste pagina’s staat “In memoriam Louis Ferron (1942-2005), mijn gids in het schimmenrijk van H***”. Waarin H*** voor Haarlem staat. Maar wie staan nog meer voor iemand anders? Wie kent het werk van Ferron goed en wil De Lezersvriend helpen bij het zoeken naar hoe dat werk verweven is met De Weldoener? Voor wie staat Lou Wehry? Is dat Louis Andriessen, telg van de beroemde componistenfamilie? Hendrik Andriessen (Haarlem 1892 – Haarlem 1981) was de vader van de componisten Jurriaan Andriessen en Louis Andriessen. Hendrik verving al op jonge leeftijd zijn vader, organist van de Sint Josefkerk in Haarlem. Is het toevallig dat juist voor deze St. Josefkerk (en niet voor de Antonius van Paduakerk waar Beertje gevonden wordt) de foto van Thomése is genomen achterop het boek?

VOOR DE BOEKHANDEL EN BIBLIOTHEEK:
Klik op Barcode voor leestips De Weldoener – P.F. Thomése voor de PDF met QRcode.
Deze code kun je uitprinten op je eigen briefpapier en vervolgens in het betreffende boek vouwen.
Zo kunnen klanten met een smart phone al in de winkel of bibliotheek zien of deze titel iets is voor hun leesclub.
(App’s waarmee je zo’n QR-code kunt lezen zijn b.v. QuickMark of QRReader (iPhone), of google naar QR codes voor Android).

Als Sierk Wolffenberger in zekere zich staat voor Louis ferron hoe verhoudt zich dat tot deze componisten? Of staat Lou Wehry gewoon voor de Haarlemmer Harry Mulisch?
Kan iemand ook eens kijken hoe je dit verhaal kunt lezen als een modern passiespel?
En is er iets te doen met het vallen van Beertje, Alicia en het vallen van Alice in Wonderland? Zij komt toch ook ergens ‘op de bodem van de hemel’ terecht? Ik ken dit verhaal niet in detail. En Lewis Carroll joeg toch ook een romantische droom na bij jonge meisjes?
Laat het weten en dan verwerken we het (met bronvermelding) op deze pagina.

Personages
Theo Kiers, alias Sierk Wolffensberger
Ghislaine, barones d’Agincourt d’Eisenach
Theophile Kiers, noemt zich liefst d’Agincourt d’Eisenach
Alicia Wehry, alias Liesje Valstar, alias Beertje
Vader Lou Wehry
Moeder Xandra Valstar

Motto:
No, no, no, no! Come, let’s away to prison.
We two alone will sing like birds i’ the cage.
When thou dost ask me blessing I’ll kneel down
And ask of thee forgiveness. So we’ll live,
And pray, and sing, (…)
And take upon ’s the mystery of things
King Lear, Act V, Scene III

Hoofdstukken
Deel I De redding
– Een worm Gods
– Op de bodem van de hemel
– Een meisje voor zichzelf
– Een web van leugens
– Duisternissen
– Een harnas van wanhoop
– Grensovergang
– Een dier naderen

koor Tegenstemmen
– De moeder
– De moeder (vervolg)
– Een Lou Wehry-project
– Op het nachtslot
– Verkeerd verbonden

Deel II D vlucht
– De eerste dag
– Valse lente
– Donkere maan
– De onmogelijke terugkeer
– Goede Vrijdag
– De zoon
– In duisternis verrezen

Deel III Het offer
– Droomreis
– Aankomst
– Het offer
– Einde zonder einde

Wie is Beertje?
Waarom komen we zo weinig te weten over Beertje? We weten van alles over Theo Kiers, veel over Xandra, de moeder van Beertje
De verteller neemt soms onverhuld het woord: p.26, p.31, p.158 Maar over Beertje, over Alicia is de verteller uiterst zwijgzaam. Ze is er wel, maar verdwijnt wanneer ze benaderd wordt.  Zij wil ook verdwijnen, zo staat in haar brief. Ze wil weg. Zij wil een gat in de werkelijkheid zijn. Of heeft ze van haar moeder geërfd wat op p. 169 staat? een “lege plek die ze in wezen steeds is geweest. Een absent bestaan. (…) Spoorloos aanwezig.” Sierk had Beertje ook nog nooit opgemerkt in zijn koor.
Doordat Beertje voornamelijk afwezig is, kunnen anderen haar zich eigen maken. Hun eigen leegte vullen met haar ‘spoorloze aanwezigheid’.
De moeder wenst zich te vereenzelvigen met haar (p.169), Sierk wil het voortdurend en zal ook in haar, in het gat in de werkelijkheid wegtuimelen.
Zie ook die raadselachtige passage op p. 179: Afwezigheid is een vreemd verschijnsel”… etc. tot asterisk. Zou dit de sleutel zijn tot dit boek? De compleetheid van de werkelijkheid roept tegelijk een afwezigheid op die mensen op allerlei manieren willen vullen met aanwezigheid. Met herrie, met kunst, met onrust, met dromen die onvervulbaar blijken. De grote afwezigheid in het leven van Sierk (afwezigheid van erkenning, van seks, van jeugdig élan, van sublieme ervaringen etc.) doet hem op hol slaan als hij Beertje vindt. Vergelijk p.179 met p.35 “hij zou een ander kunnen zijn, iemand die niet echt bestaat, verzonnen door iemand die als twee druppels water op hem lijkt”. De aanwezigheid van Beertje moet hem weer compleet maken. Maar we zien hoe dat mislukt.
Op p. 167 krijgt de hele scène uit het begin, waar Sierk op zolder Beertje vindt, een sprookjesachtige lading. In het hoofdstuk over moeder Xandra : “Doornroosje heet ze, en alles slaapt rondom” etc.
We zien wel dat Beertje pas echt werkelijk wordt voor Sierk als zij er niet is. Dan is zij de motor voor zijn gedachten en fantasieën. Als zij er wel is, dan lopen die gedachten en fantasiëen subiet vast in de modder van de trivialiteit. Zij beantwoordt hier wel aan een romantisch ideaal. Zou ze daarom zo weinig aan het woord komen in deze roman? Wanneer de auteur haar karakter uitgediept zou hebben, zouden wij, net als Sierk, onze aandacht hebben verloren?

Motieven
De motieven in deze roman zijn als in een muziekstuk aanwezig. Meteen al op de eerste bladzijden is het al vuur en vlammen, brand en gloed als voorafspiegeling van de laatste scènes in Zwitserland. En er wordt wat af getuimeld, gevallen, neerwaarts bewogen. De bodem van de hemel lijkt pas op de laatste pagina’s echt bereikt. En de naam van Alicia Valstar, als vallende ster, de brandende meteoor die al verdwenen is als je haar ziet.
Maar de motieven zijn ook afkomstig van het lijdensverhaal. Het verhaal speelt in de Goede Week, waarin wordt herdacht en gevierd dat de zoon van God sterven moet om de mensen tot verlossing te zijn. Deze symboliek is door het hele verhaal zichtbaar.
Is het mogelijk om een passend plaatje te maken van wie nu welke rol speelt in dit Haarlemse passiespel. Wie is God? Wie is de zoon? Wie verlost wie? Welk lijden is hier aan de hand? Wie verrijst? En tot wiens heil?
Voor Jezus was er geen ontsnappen aan. Zijn dood was door zijn vader voorbestemd met instemming van zijn Zoon. Hoewel, wanneer Jezus zich aan het kruis vertwijfeld afvraagd waarom zijn God hem verlaten heeft, is er meer aan de hand. Is Sierk God en zoon in één? Heeft hij zichzelf voorbestemd om in de Lijdensweek te sterven? En vraagt hij zich vertwijfeld af door wie en door wat hij verlaten is?

Moraal van het verhaal
1) Volgen we Arjen Fortuin van NRC die schrijft: “Want Thomése laat in deze roman niet alleen zien hoe een kunstenaar kan mislukken als hij op de vlucht slaat voor het alledaagse. Hij laat vooral zien hoe een kunstenaar kan slagen als hij in staat is het banale en het verhevene in zichzelf te verzoenen. Want de worsteling van Wolffensberger is natuurlijk ook de zijne.”
2) Of is gaat het er om dat mannen van vijftig hun jeugd niet moeten willen najagen? Dat ze de werkelijkheid van de ouderdom moeten accepteren?
3) Mannen die financieel afhankelijk van hun vrouw worden, gaan rare dingen doen.
Vul aan!!

Citaten Parade
– De makke van amateurs is dat ze zelf niet snappen hoe slecht ze zijn. Je moet het hun steeds vertellen. En dan is het over het algemeen janken geblazen. (p.34)
– Voor een kind is elke volwassene een dode uit een overleden tijdperk en op zijn best een ding waar je eventueel iets aan hebt als de juiste knoppen het tenminste nog doen. (p.170)
– Het triviale gaat altijd door, het trekt zich van tragedies niets aan. Na bombardementen, moordpartijen, verzin het maar zo gruwelijk als je wilt: erna wordt altijd ergens gewoon de vaat weer gedaan.” (p.172)
– Ontroering, schoonheid: ze zijn onmogelijk zonder concreet besef van van het einde. Eerst door zijn dreigende verdwijnen krijgt iets reden tot bestaan. Dan wordt het futiele groots, dan verwerft het vergeefse eeuwigheid. (p.234)

Nog meer fijne, citeerbare regels gevonden? Laat het weten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: